maandag 16 juni 2008

Oostende - Aanmeren

De gouwe ouwe 'Brussels Airport Express' die je vroeger gezellig van De Panne naar de luchthaven en terug door de West-Vlaamse velden zag tjokken is al eventjes verleden tijd. De letters die ons van de bestemming van de trein kond deden zijn ondertussen althans overschilderd door de nimmer aflatende Noord-Brusselse graffitikunstenaars. En terecht, die toch al niet meer zo heel jonge stoptrein met stilstanden te Deinze en De Pinte 'Airport Express' te noemen schepte toch iets te hoge verwachtingen.


Wat natuurlijk niet betekent dat er niet meer naar Zaventem gespoord kan worden. Vanmiddag zag ik in het station in Gent dat op spoor 9 een trein naar 'Luchthaven Landen' vertrok. Het moet vast de leerkracht Nederlands aan anderstaligen in mij zijn die zich prompt afvroeg of er dan ook ergens een trein richting 'Luchthaven Opstijgen' vertrok en of ooit een anderstalige - netjes onze taal geleerd maar niet vertrouwd met Limburgse Dorpsnamen - zich diezelfde vraag gesteld zou hebben. Wat mij dan eenmaal thuis tot een Google-zoekopdracht verleidde met als trefwoorden 'Luchthaven Landen'. Wat mij op dit forum terechtbracht, ingevolge waarvan mij een tweede bedenking kwam aanwaaien: Bestaat er nog een onderwerp waarover géén forums bestaan?

Mijn zoekopdracht dienaangaande leverde jammer genoeg geen resultaten op. Waar ik vast weer een bedenking zou kunnen aan vastknopen zodat ik mijn postje fluks de titel 'Bedenking-Zoekopdracht-Bedenking' kan meegeven. Ik was evenwel te zeer gebiologeerd door deze bijdrage op het Groot Belgisch Treinenforum:

Wat mij intrigeert is waarom men die 2 stukken trein alsmaar wil koppelen en ontkoppelen. Het is geen afdoend antwoord noch 's morgens bij de beweging naar Brussel, noch 's avonds bij de terugkerende beweging.

en meer bepaald de vraag wie zich zo gemakkelijk door zulks laat intrigeren. Ik neem twee maal per week de bewuste trein, dus aan een gebrek aan betrokkenheid kan het niet liggen. Echter, de wegen van de NMBS zijn ondoorgrondelijk, dat is een natuurwet. Wie zich daar niet kan bij neerleggen heeft niets gesnapt van de charme van het Belgisch Openbaar Vervoer. Of misschien heb ik niets gesnapt van het verschijnsel mondige consument, dat kan ook.

Maar goed, ik merk dat de mensen achter mij wat ongeduldig worden, voor mij een enkeltje Oostende-Aanmeren, graag.

dinsdag 10 juni 2008

Bushokje

De tristesse moet maar dringend weer eens zijn grenzen leren kennen: 'Nep-bushalte houdt Alzheimerpatiënten tegen'. Zou de bedenker complimentjes krijgen voor zijn knappe idee en goedgemutst door de witte gangen schrijden vandaag? De vullers van faits divers-rubrieken allerhande hadden er alleszins een lekkere brok aan. En de 'moehaha's en 'niet te geloven's waren niet van de lucht onder 'Schrijf hier uw reactie op dit onderwerp'.


Maar ach, was troost maar altijd zo poëtisch. Konden we maar alle muren, hekkens, belemmeringen en afsluitingen vervangen door zo'n hedendaagse plaats van bezinning temidden de barsten in het vooruitgang belovende glas en omgeven door kleurig gestifte levenswijsheden die onze nog ongeschonden jeugd er zonder nagezonden onkostennota achterliet.

Wanneer ze dan naar deze bushalte lopen voor de deur van de instelling, kunnen de verzorgers hen snel en veilig terugvinden. Ze vertellen dat de bus wat later komt en nodigen hen uit voor een kop koffie. Enkele minuten later zijn ze vergeten wat er is gebeurd.

Hier past enkel het ingetogen besef dat ook wij misschien ooit ons geluk zullen zoeken in die korte wandeling, op zoek naar een beduimeld thuis waar iemand om ons geeft. Vijf minuten menselijke moed, de splitsing van BusHalte en Vroeger, even later doodleuk weer gewist alsof ze er nooit zijn geweest terwijl een witte schort ons voor verdere vergetelheden behoedt.

En dan buiten voor het raam: een bushokje, een boom, een vergeten droom.

donderdag 22 mei 2008

Que Serre Sera

Het zijn van die voornemens. 'Gedaan met alle ballast (een woord dat wel gemaakt lijkt voor John Terry), met dat radeloze getik van ik-ik-ik, met dat schrijven over zessen en vijven, met dat gefoeter op de compjoeter, met die duivelse dagboekvloek, met die vervloekte modernpressstress, met dat klikken en dat tikken, met dat rijmen om te lijmen.' Immers: de nachtelijke kopzorgen, dan de zotte morgen, en vervolgens de onvermijdelijke zon, rokjes, zweetgeur op de trein en in mijn brein: het legt zodanig beslag op mij en mijn overlevingskunsten dat ik wel klaar lijk voor de oven. Moet dat nog, die blog?


Tot die jaarlijks wederkerende opwarming van de maand mei weer een dipje kent, mijn persoonlijke jongedertigersbeslommeringen mij op miraculeuze wijze eventjes ontschieten en er zich een onverwacht extra vrij uurtje aandient. Dan krijgt mijn toetsenbord het weer hard te verduren. Op de X en de Y na, die de dans hier weer zouden ontspringen als ik niet zo oplettend was om ook hen een tik te geven. Om van de penthousebewoners F1 tem F8 nog maar te zwijgen. Foert. Iemand ooit het aantal vierkante kilomters opgeteld dat deze quasi ongebruikte knoppen op wereldschaal innemen in bureaus en in werkkamers allerhande?

Ik hoop van niet. Dan kan je maar beter de koninklijke serres van Laken gaan bezoeken.