Posts tonen met het label openbaar vervoer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label openbaar vervoer. Alle posts tonen

zaterdag 30 januari 2010

Zend tuig

Al enkele weken loop ik mijzelf te voet op weg naar het station te amuseren met de zelfopgelegde opdracht Maak Een Instructie Met De Letters Uit De Woorden Die Je Onderweg Opmerkt. Echt interessant is mijn weekdagelijkse ochtendwandeling immers niet (Waar is die oplegger die daar gisteren nog aan de overkant stond? En kijk eens, wat een mooie nieuwe trambedding!) maar ik vertik het om de bus te nemen. Later meer daarover.


Kwestie van niet alle mogelijkheden meteen uit te putten (zoveel valt er niet te zien langs de Burggravenlaan dus moet ik wat doseren) beperk ik me voorlopig tot het puzzelen met de bestemmingen van bussen en trams die voorbijrijden. Zij die wél de euvele moed bezitten om in die snertkou op een bus te wachten en mij voorbij zien wandelen (even later zie ik hun omwasemde neuspunt op damestennisopslaghoogte voorbijdenderen, door een forse hap leerlingen uit de tweede graad van het KTA Voskenslaan tegen het venster van de bus gedrukt) roep ik elke ochtend vrolijk

'Kraak Miere!'

toe (Mariakerke, lijn 3).

Zij vinden mij vast onnozel, ik vind hen nog onnozeler.

Toen ik onlangs een half uur te vroeg op het station was omdat ik bij wijze van uitzondering toch eens op een bus gestapt was die toevallig net stopte toen ik de halte voorbijwandelde (zoiets is een teken Punkerke, dat mag je niet negeren), besloot ik nog eens een koffie te nuttigen in het mooi gerestaureerde buffet.

Nog enigszins onder de indruk van de busrit bestelde ik bij een assertief dametje dat mij middels een laaggestemd en nogal doorrookt 'ja' aanspoorde om mijn rol als consument ter harte te nemen. Ergens links van mij zat ondertussen een groepje van een viertal forensen nogal luidruchtig misbaar te maken over het pas ingevoerde rookverbod, dat als volgt gecommuniceerd werd:

Sedert 1 januari geldt een rookverbod. Om u ter wille te zijn kan u roken in het gangetje aan de straatkant.

Dit maakte de asbestemden zo ongelukkig dat ze hun vertier zochten in het luid hey schreeuwen naar iedereen die hen voorbijwandelde zonder te groeten. De verbaasde of geschrokken blikken van de argeloze horecaconsument leken hen kostelijk te amuseren. Ik bleef hoffelijk.

Nadat een van de dienstdoende obers hen vriendelijk verzocht had zich wat rustiger te gedragen, besloot het viertal elders verder te gaan smeulen. Blijkbaar had een van hen evenwel een croque-monsieur besteld en die niet in ontvangst genomen voor vertrek. Aanleiding voor een van de obers om met de croque recht door de buffetzaal richting de enige aanwezige zwarte medemens te snellen en hem de krokante boterham gratis aan te bieden.

'Alstublieft meneer, mag ik u een croque monsieur aanbieden van de zaak.'

'Maar ik heb dat niet besteld. Hoeveel kost dat?'


Het was in die zorgeloze tijd toen we nog vonden dat Music For Life maar eens voor de arme mensen in eigen land moest gaan, toen het woord Haïti nog een exotische bijklank had en toen de daklozen die op straat in de winterkou moeten zien te overleven nog volop de krantenkolommen vulden. Iederéén deed zijn best om de minderbedeelden wat te helpen, de golf van solidariteit die de vierde wereld toen gevoeld moet hebben mag haast een tsunami genoemd worden, zo gul waren wij allemaal.

'Dat is voor niets meneer, dat is gratis. Die mensen hebben dat besteld maar ze zijn weg.'

'Ah oké. Sorry bedankt maar ik heb geen honger.'


Ondertussen was ik -alweer een 12-tal minuten ouder- nog altijd aan het wachten op mijn koffie en werd het me allemaal wat te veel (die stuitende ondankbaarheid van de zwarte medemens! mijn toenemende drang naar een caffeïneshot! de verloedering van de stationshoreca! mijn humeur omdat ik daarnet op de bus geneukt was door een stel kinderrugzakken!). In gedachten scandeerde ik luid

Gentbrugge! Gentbrugge! (lijn 9 of 96)

maar omdat deze nochtans duidelijke instructie (Breng teug! Breng teug!) niet het gewenste effect ressorteerde (mindfulness is echt zever) besloot ik maar op te stappen. Op weg naar buiten wandelde ik voorbij de afgebleekte blondaine bij wie ik een kwartier eerder mijn koffie besteld had. Ze stond met de handen losjes in de zij te keuvelen met een van de andere naar schatting 6 klanten in de zaal.

Sint-Pietersstation! (lijn 4)

siste ik in het voorbijgaan, erop hopend dat zij hieruit mijn tip: sta in stierestront zou distilleren. Haar verstrooide blik (wat doet die klant hier?) deed echter vermoeden dat ze meer zin had in een sigaret dan in woordspelletjes. Eenmaal terug in de hal nam ik mijn mobieltje ter hand en als een ware lijnopzichter weefde ik

Gent-Zuid, lijn 3 - Gent-Zuid, lijn 3

door de radiogolven die mijn zendtuig verspreidde, door mijn mede-tramenbusbestemmingsontcijferaars natuurlijk meteen herkend als de noodoproep Zend Tuig! Zend Tuig! Al gauw stroomde het station vol. Ik besloot mij strategisch in de gang onder de sporen te positioneren en aldaar vanop een tot podium omgevormd metrokastje mijn volgelingen op te roepen om te

Gent-Blaarmeersen - Gent-Blaarmeersen!

(door de goede verstaander meteen als de mantra 'Blameer angst neer! Blameer angst neer!' begrepen). De enigen die acht leken te slaan op mijn instructies waren evenwel twee borstkasten in van die belachelijke rode securitytruitjes die me van mijn verhoogje sleepten. Door de stress die de situatie met zich meebracht verloor ik even mijn cool, vergat ik mijn codetaal en schreeuwde aldus rechtuit

Zoen de trui! Zoen de trui!

in plaats van 'Zuidertoren! Zuidertoren!' (busdienst vanuit station Gent-Sint-Pieters naar de administratie der belastingen die vrolijk alle haltes voorbijrijdt ook al zijn er geen inzittenden en staan 15 mensen verkleumd te wachten aan de halte). Dat vonden de truitjes niet grappig, en bijgevolg zat ik enkele seconden later op mijn knieën te Drongen-Luchteren (die vogelt u zelf maar uit) in afwachting van de komst van de andere truitjes die ondertussen opgeroepen waren.

Zij vonden mij onnozel, ik vond hen nog onnozeler.

Mag ik u een croque aanbieden van de zaak?
Om u ter wille te zijn?


probeerde ik nog, maar toen besefte ik weer dat ik moest doseren. Ik boog gelaten het hoofd en liet mij afvoeren naar een kantoortje, enigszins niet-begrijpend nagestaard door mijn treincollega’s die net de hal binnenwandelden en die er nog altijd van overtuigd zijn dat het allemaal een misverstand is, al die mensen die elke dag op hetzelfde moment dezelfde richting uit gaan.

Ze moesten eens weten.

donderdag 10 december 2009

Horremorrie

Ken je dat, van die mensen die gaan drummen om als eerste op de trein te kunnen stappen en zo de forenzers die eraf willen het uitstappen bemoeilijken? Ja, natuurlijk ken je dat, ik ben de elvendertigste die een blogberichtje begint met een verwijzing naar het fenomeen en met de woorden 'ken je dat' - dat ik me eraan erger (aan die mensen, blogpostjes over die mensen, en blogpostjes die beginnen met 'ken je dat') hoeft feitelijk niet meer gezegd.


Vandaag echter ontdekte ik een nieuwe categorie mensachtigen die totnogtoe schromelijk aan de aandacht van het nooit aflatende contingent stukjesplegenden ontsnapt is: 'Zij die klaar staan om van de trein te stappen en reikhalzend over de schouder van de voor hen wachtende naar buiten kijken, vurig hopend dat daar mensen zullen staan die gaan drummen om als eerste te kunnen opstappen en zo de mensen die eraf willen het uitstappen bemoeilijken'. Nog voor ze zelfs maar de deuropening bereikt hebben waarlangs ze het rijtuig moeten verlaten, staan die domme bontjes al met hun sjakosj te zwaaien, binennsmonds hun 'laat me door, laat me door' al repeterend.

Het zit hen duidelijk hoog dat ze weer maar eens een hele rit in tweede klasse hebben moeten reizen (iets met Fortis-aandelen die ze met de kerst dan maar aan familie zullen uitdelen) en dat er buiten alweer ander plebs in hun weg zal staan vervult hen nu al met een portie vooropsnellende extra ergernis. Alsmaar vindingrijker worden ze in het opzoeken of uitlokken van situaties die wel eens zouden kunnen uitmonden in een conflictje dat hen toelaat hun onvrede met alles en iedereen nog eens op een medemens te projecteren.

Vandaag zat ik in zo'n treinwagon met stoeltjes die als in een vliegtuig achter elkaar in dezelfde richting geplaatst zijn. Ik wou de krant lezen, maar had daarbij last van de laaghangende middagzon die het op mijn irissen gemunt had. Ik besloot daarom de hor die daartoe aan de binnenkant van het treinraam aangebracht was een twintigtal dodelijke centimeters naar beneden te trekken. Ogenblikkelijk steeg achter mij een ontzet kreetje op. Ik had er blijbkaar niet op gelet dat de hor zich over twee rijen zitplaatsen uitstrekte en dat ook de passagier achter mij zodoende geheel in duisternis gehuld de rest van deze zo al onzalige treinreis moest uitzitten.

Op eenvoudig verzoek had ik de hor terug omhoog geduwd -ik gun iedereen het licht in de ogen- maar daar kreeg ik de kans niet toe. Na een verontwaardigd 'sèèg, als een bitje zunne al tevele is' stond de dame achter mij - waarvan ik tot dan toe het bestaan niet vermoedde - sissend op en na een paar dodelijke blikken verhuisde ze naar een andere zitplaats, in de buurt van leukere mensen. Dat ze even later allerlei onvriendelijks murmelend terug langs mij moest om haar sjakosj te komen halen die ze laten liggen had -de optuttrut- was dikke pret.

We naderden Gent, ik stond op uit mijn horloge en maakte me klaar om me doorheen de massa op het perron te wurmen. Het Horremorrie stond me immers vast al drummend op te wachten.

De horror.
(de foto is van de hand van een zekere Herman Horsten - toeval bestaat niet of probeert toch hard te doen alsof)

woensdag 29 juli 2009

Herschapen tot kunstwerk

"Maar eerst moeten we door dat kut-België", zei een van de drie -geheel conform mijn verwachtingen net iets te vlot gemeenplaatsen en zeiken en kut in het rond strooiende - naar een soort straatgeloofwaardigheid hengelende napuberende Nederlanders in de richting van zijn twee tevens tot terminale mondigheid gepredestineerde poldermodellers terwijl ik samen met hen in de rij stond aan Gate 17 van Manchester Airport. Ze leken het best vervelend te vinden dat de goedkoopste vlucht naar hun bestemming vanuit Charleroi vertrok.


Twee weken later nam ik vanuit Arnhem een nachttrein naar Basel. Dat ik daarvoor eerst een eind het grondgebied van mijn Noorderburen op moest vond ik enkel onhandig en behalve de veel te dure kebab kon ik niets verzinnen wat mij zou tegenstaan aan een verplaatsing door Nederland. "Waarom is het dan toch dat die luidruchtig compenserende protestantse taalverlakkers zo'n hekel hebben aan ons landje?" vroeg ik me af, weze het dat deze overpeinzing zich op dat moment nog in het verwensingsstadium bevond.

Toen ik bij mijn terugkeer uit het buitenland een inlandse trein moest nemen om terug in mijn thuisstad Gent te geraken, werd het mij plots duidelijk. Het is lelijk, deprimerend en het stinkt, het regent er om de een of andere reden meestal, iedereen moet er wel eens langs en de treinende Nederlanders in de eerste plaats. Ik moest dringend plassen, dus zocht ik er de plaatselijke toiletterie op. "Dit zouden opvallende stukjes erfgoed moeten worden. Voor reizigers zijn ze de eerste kennismaking met een land of regio. Ze zouden de identiteit van het gebied dus een beetje moeten weerspiegelen", zo weet Vlaams adjunct-bouwmeester Joris Scheers.

De nu verlaten maar imposante melkproductieafdelingen van de toiletdame waren het eerste wat me opviel. Mijn schriele verschijning leek niet bij machte haar de blik uit de Blik te doen opslaan. Ook toen ik mijn muntstuk van 2 euro op de grond liet vallen om enige reactie uit te lokken, bleef het plompe geheel ter plaatse sudderen. Pas toen ik datzelfde munstuk dan maar opraapte en in het pisgeldschoteltje deponeerde, bewoog een onderdeel om mij 1 euro 60 te overhandigen, dat wil zeggen om 1 euro 60 op de tafelrand te leggen.

Toen ik na het plassen mijn handen waste (dat moet van een of ander KB) las ik het papiertje boven de wastafel:

Het is verboden in de wasbak te spuwen aub

Het beliefde mij niet te spuwen en bijgevolg was het mij niet verboden, maar ik zag er geen meerwaarde in te doen wat mij niet belieft en spuwde dan maar niet in de wastafel.

De Vlaamse bouwmeester had het over 'de 178 oude douaneposten aan de grenzen met Nederland, Frankrijk en Duitsland, die sinds de Europese eenmaking geen functie meer hebben', ik heb het over het treinstation 'Antwerpen-Berchem'. Proef die naam. Ruik eraan. Probeer een stukje. Smak luidop. Spreek de e's iets te open uit. Blijf voorzichtig. Ga goedwillig op zoek naar een stukje poëzie. Geef dat op tijd op. Spuw het uit.

Gespuwd had ik niet, maar ingevolgde het opvolgen van het KB betreffende de openbare hygiëne waren mijn handen toch nat van het water en greep ik naar de onderkant van het stuk recyclagepapier waarmee ik mij hoorde af te drogen.

Maximum twee handdoeken per klant

stond op een knibbelpapiertje gekribbeld dat onhandig op de automaat geplakt was.

"Ze zouden kunnen worden herschapen tot kunstwerk, in brons worden gegoten, overgroeid worden of opzettelijk ruïne gelaten, maar in elk geval een aantrekkelijke kennismaking met de regio moeten worden", vervolgt de Vlaams adjunct-bouwmeester. België kutland of Vlaanderen schaamstreek? Ik stel openbare toiletten voor, met de verzamelde ex-misses België als toiletdames.

Wel maximum 1 drolletje achterlaten aub.

vrijdag 13 maart 2009

Het was de conductrice

En zo is ook de eerste verjaardag van dit blog (ik probeer sinds kort ook de Nederlandse markt te bespelen) geruisloos voorbijgegaan, zoals de slak die ik vanmorgen net niet met de fiets overreed op de brug over de Schelde tussen Ledeberg en de Burggravenlaan. Hoe dat beestje daar terechtgekomen was, is geen raadsel. Gewoon langs een of ander slijmspoor omhooggekropen, er net als ons allemaal van uitgaand dat het gras aan de andere kant veel groener is. Terwijl het er gewoon even grijs ziet van het fijn stof. 't Is echt geen wonder dat die huisjessleurders nooit topfuncties bereiken.


Sinds kort is het een selecte groep lijncontroleurs toegestaan de reizigers te fouilleren. 'Logisch, die mensen van de lijncontrole moeten nu eenmaal op zoek naar vetrolletjes', zou Freaq zeggen - of nee, zégt Freaq. Maar het is een goede maatregel, want laat ons wel wezen: het loopt de spuigaten uit met die agressie op het openbaar vervoer. Zo snakte eventjes geleden een conductrice op de probleemlijn Gent-De Panne iets te gretig de key card uit mijn handen die ik uit eenmalige vergetelheid te laat aan het invullen was. 'U weet toch wanneer u uw key card moet invullen!' snauwde ze mij toe, zich weinig moeite getroostend om te verhullen dat het geen vraag betrof. Vervolgens peperde ze mij in dat ik haar dankbaar mocht zijn dat ik geen boete kreeg. Vreemd genoeg werd ik geen gevoelens van dankbaarheid gewaar maar bekroop mij integendeel de aandrang om toch maar mijn boete te betalen teneinde geen dankbaarheid verschuldigd te zijn. Wat ik niet deed, het zal een béétje gaan.

Diezelfde avond blafte een lijnchauffeur mij af omdat hij vond dat ik te laat naar zijn zin aangegeven had dat hij moest stoppen. Ik dacht 'Hé man, ik stond al molenwiekend in het midden van de straat toen jij nog een onbetekenende stip aan gindse horizon was, en sorry dat ik mijn vuurpijlen niet bij heb vandaag. En ja, natuurlijk krijgt u mijn vervoersbewijs te zien, daarvoor hoeft het volume niet op tien.' Maar ik zei 'sorry', stak mijn Omnipass terug, begaf mij naar mijn zitplaats en bedacht dat ook deze man waarschijnlijk gewoon eens stoom moest kunnen aflaten na een lange werkdag en dat ik wellicht een nieuw geval van huiselijk geweld had helpen voorkomen. Neen, al goed dat die reizigers nu gefouilleerd kunnen worden: ook het aantal zedendelicten gaat straks vast in vrije val binnen de bevolkingsgroep werknemers van openbare vervoersmaatschappijen.

Een dag later werd ik ziek. Antwoorden zoekende op het plafond, besefte ik plots: 'Ze ruiken hun prooi. 'Ik moet er al verzwakt uitgezien hebben. Ik was voor hen een slak die ze konden ontwijken maar die ze besloten te overrijden.' Vreemd, want de slak waarmee ik me toen vereenzelvigde dook in de chronologie van mijn bestaan pas deze morgen op. Maar dat maakt niet uit, zo leerde mij een collega die aan hypnosetherapie doet: 'Met hypnose kan je om het even welk beeld op je harde schijf planten, zodat je terugvalt op andere uitgangspunten, die je helemaal zelf kan bepalen'. Ik dacht aan de film 'Eternal sunshine of the spotless mind' en heel eventjes ook aan Eline Berings maar kreeg de kans niet om dat te vertellen: achter mij hoorde ik een deur opengaan.

Het was de conductrice.

dinsdag 16 december 2008

Lezergerichtheid

Aaaah het genot dat in de kleine dingen schuilt. Zo ontdekte ik vanmorgen -ik zou begot niet meer weten hoe, het was nog vroeg- dat ik de poort van de bewaakte fietsenstalling ook open krijg zónder mijn kaart uit mijn portefeuille te halen.

Ik haal mijn portefeuille uit mijn jaszak, zwaai er met het euh oog op een zo hoog mogelijke graad van terloopsheid van zo ver mogelijk mee naar het sensoortje en vervolgens opent de elektronische bewaker - geen klein beetje onder de indruk van zo'n dikke pak klantenkaarten, kassatickets, briefjes ter herinnering van nog af te handelen zaakjes, rekeninguittreksels en rosse centjes - fluks de schuifpoort, die zich met een lekker zoemend geluid achter de rest van het traliewerk terugtrekt.

Lasergerichtheid.

Als ik er nu nog in slaag om bij het verlaten van de kooi het ontsnapknopje in te drukken zonder de hiertoe al veel te vaak gebezigde wijsvinger uit mijn jaszak te moeten halen, moet ook dit laatste onderdeel van mijn pendeltraject zich gewonnen geven aan de algehele coolheid die ik nu al sedert mijn 9,5 jaar (toen ik ophield met naar de Jefi-films te gaan op woensdagnamiddag) nastreef in het publieke domein. Suggesties welkom.

Op de foto staat Marie Vinck, ik dacht aan haar toen een collega me zei dat ze Hilde Van Mieghem (moeder van), Jef Lambrecht, Stef Kamiel Carlens en nog een stuk of wat bekende koppen op het verjaardagsfeestje van Jan Fabre gezien had vorig weekend, en (hier komt de link) ze vertelde mij dat slechts een kleine tien minuten nadat ik de fietsenstalling verlaten had. Ik had dus ook een foto van Jef Lambrecht, Stef Kamiel Carlens, een elektronisch oog of een fietsenstalling kunnen posten, maar doe dat lekker niet.

Lezergerichtheid.

zaterdag 13 december 2008

Slachtoffercultus

“En als je nu eens gewoon stopte met werken?"
Mijn pendelcollega beantwoordde mijn wellicht wat verrassende denkpiste met een vragende, licht verwijtende blik.
“Je mag het mij niet kwalijk nemen en het komt misschien nogal pedant over dat ik zoiets suggereer – voor mij is het immers een denkoefening, voor jou is het realiteit – maar toch. Als je nu eens gewoon stopte met werken.”
Dezelfde blik, en ditmaal leek het er niet op dat hij zijn ogen van mij zou afwenden voor ik hem verduidelijking verschaft had: "Hoe bedoel je precies?" informeerde hij - evenwel zonder de gebruikelijke vraagintonatie die dient om duidelijk te maken dat de vraagsteller oprecht geïnteresseerd is.
“Denk even na", vervolgde ik mijn uitleg zonder enige poging om mijn cynisme te verbergen, "zelfs als je het puur vanuit je eigen welbevinden bekijkt zou het zo slecht niet zijn. Als je niet meer gaat werken, heb je alvast die auto van je niet meer nodig om naar onze vestiging in Zwevergramme te rijden. Die kan je verkopen, dat brengt wat geld in het laatje, en je hoeft geen belasting en verzekering meer te betalen voor je auto. Bovendien moet je dan vaker te voet en kan je je fitnessabonnement opzeggen."

"Je zal natuurlijk ook een heel stuk aan aanzien inboeten doordat je werkloos wordt, een hoop van je vrienden zullen je met een scheef oog gaan bekijken, en daar zal je vrouw het moeilijk mee krijgen. Na een maand of wat, als het haar duidelijk wordt dat je niet echt aanstalten te maken om nieuw werk te zoeken, zal ze voor het eerst wat kribbig worden. Twee weken later weten al haar vriendinnen het en vier weken later vertelt ze het aan haar ouders. Zes weken later beginnen vriendinnen én ouders haar te adviseren om je te dumpen. Acht weken later dreigt ze er een eerste keer mee om het af te trappen. Tien weken later is ze weg. Hup, nog een probleem opgelost.”

S. bleef mij aankijken en probeerde de conversatie –duidelijk bij gebrek aan valabele argumenten- maar tot flauwe grap te declasseren: “Kom nou, het is leuk genoeg geweest.”
Ik liet mij echter niet van de wijs brengen:“Je huis zal je natuurlijk moeten verkopen, dat kan je niet meer betalen. Tijd om iets nieuws te zoeken. Liefst niet te duur natuurlijk, je moet het met je uitkering allemaal kunnen bolwerken. Een luxueuze studentenkamer valt wellicht nog net binnen de mogelijkheden.”

Op dat moment begon de trein aan zijn laatste remmanoeuvre en reden we het station binnen. Ik stond net iets eerder op. “Misschien”, prevelde S, “misschien” – en ook hij greep naar zijn jas, klaar voor een nieuwe werkdag.

Eentje zónder slachtoffercultus.

maandag 17 november 2008

Hoofdwachter

"Of die trein gaat stoppen in Gent-Sint Pieters? Dat weet ik niet meneer! Hoe moet ik dat weten? U zit op de trein, u moet dat vragen aan de hoofdwachter."
"Aan wie moet ik dat vragen, zegt u?"
"Aan de hoofdwachter."
"Jamaar, er is geen conducteur op deze trein en ik weet niet waar hij heen rijdt."
"Ah, dan gaat u gewoon moeten wachten tot de trein ergens stopt en uitstappen hé meneer."


"Jamaar, en wat als hij doorrijdt tot in Antwerpen? Ik moet naar Gent! Kan u de bestuurder niet verwittigen dat er iemand op zijn trein zit en vragen of hij stopt in Gent-Sint-Pieters?"
"Jamaar meneer, we kunnen toch niet zomaar een trein doen stoppen omdat er één passagier af moet? (duidelijk hoorbaar tegen collega) Dat is toch ongelooflijk!"
"Jamaar meneer, ik stond in Kortrijk op perron 3, op het bord stond duidelijk 'Gent-Sint-Pieters-Antwerpen', een trein stopt en ik stap op want ik dacht dat de trein een kwartiertje te vroeg was zoals anders, maar twee seconden later gaan de deuren dicht en vertrekt die trein, met mij als enige passagier. Ik wil gewoon weten of hij stopt in Gent-Sint-Pieters of dat u de bestuurder verwittigt dat er iemand op zijn trein zit."
"U zit zelf op die trein? Maar dan moet u dat toch vragen aan de hoofdwachter, dat is toch logisch. Alstublieft zeg."
"Jamaar, er is geen hoofdwachter op deze trein, meneer. Ik ben de trein van voren naar achteren afgestapt, ik ben de enige persoon op deze trein en de bestuurder zit in de locomotief. Ik wou gewoon even verwittigen en vragen waar deze trein stopt, ik ben tenslotte gewoon opgestapt op een trein die op mijn perron gestopt is en waarvan de deuren opengingen."
"Dan mocht u niet opgestapt zijn meneer (nogmaals tegen collega) Maar dat is nu toch ongelooflijk waarvoor de mensen durven bellen!"
"Ik vind het ook ongelooflijk, meneer."

En toen heb ik maar opgelegd (ik had feitelijk niets anders verwacht dan dit soort gesprek maar gezellig doen alsof er niets aan de hand was vond ik ook maar link) en verder wat van het landschap genoten, in mijn eentje op die dubbeldekstrein van maandag 18 november om 14.30 van Kortrijk naar Gent-Sint-Pieters.

Hoofdwachter op mijn eigen Rail Force 1.

donderdag 23 oktober 2008

Briefjes op deuren van studentenkoten

"Heeft hij Famous blue raincoat gespeeld?" vraagt mijn collega S. me op de trein. Hier zitten twee muziekliefhebbers tegenover elkaar, Cohen-fans bovendien. Okeeje mensen dus, maar toch is er geen ontkomen aan. Onvermijdelijk volgt nu een steekspel op een onchristelijk ochtendlijk uur. Dit is het gesprek dat ik niet wou hebben, reden waarom ik hem angstvallig verzweeg dat ik naar het optreden van Leonard Cohen geweest was in Vorst. Maar hij is er toch achter gekomen.


"Dat is een van mijn favoriete nummers van Cohen," vervolgt S., "wist je dat het eigenlijk een brief is die hij schrijft aan een vriend die met zijn lief gerollebold heeft?" Nee, dat wist ik niet. Ik besef dat ik waarschijnlijk een beteuterd gezicht trek en haat mijzelf erom. Ik wil ook niet dat S. denkt dat ik een mooiweerfan ben die er alleen maar bij is omdat de goede smaak het dicteert. Ik pak uit met een voorzichtige tegenzet: "Komt van Songs of love and hate hé, als ik me niet vergis." Ik weet zeker dat ik me niet vergis, maar wil niet competitief lijken. "Weet ik niet, ik heb het van een Best Of", moet S. toegeven. Een onverhoopt succesje.

Wat ben ik onaangenaam in dit soort situaties. Ik vervloek mijn gesprekspartner om zijn wijsneuzerigheid, maar besef dat ik eigenlijk net zo ben - of nog erger wellicht. Een kantje van mezelf dat ik liever verborgen houd en dus manoeuvreer ik ons gesprek handig naar Various Positions, een heerlijke Cohen-plaat die ik van voor naar achter en terug kan meezingen. Maar eens thuis grijp ik meteen naar Songs of love and hate en hoor voor de tweede keer die week (de eerste keer was in Vorst) de openingsregels van Famous Blue Raincoat:

It's four in the morning, the end of December
I'm writing you now just to see if you're better
New York is cold, but I like where Im living
There's music on Clinton Street all through the evening


Plots besef ik waarom ik al zo lang niet naar Songs of love and hate geluisterd heb. De plaat herinnert mij aan de eenzame avonden op mijn studentenkamertje in de buurt van die verrekt hippe maar tegelijk verschrikkelijk troosteloze Vlasmarkt, toen mijn beste vrienden Leonard Cohen, Bob Dylan en Tom Waits heetten en ik daadwerkelijk om vier uur 's ochtends brieven zat te schrijven naar een meisje dat nu in Frankrijk woont, zwelgend in mijn eenzaamheid met lege flesjes Carapils naast het bureau en Songs of love and hate op de achtergrond.

Het internet en de mobiele telefonie zaten nog ergens in een hoogtechnologische pijpleiding te wachten tot een commercial director besloot dat ook het gepeupel zich voortaan aan deze nieuwe bronnen van kennisuitwisseling diende te laven. Vriendschappen werden nog niet met een klik aangevraagd maar moesten met de nodige assertiviteit -eigenschap waarin ik toen niet grossierde- afgedwongen worden en daarna onderhouden met briefjes op deuren van studentenkoten. Privacy was toen nog geen luxe en nietigheid een soort van dagelijks besef. Dat die dagen toch hun charmes hadden, dank ik aan Leonard Cohen

"If the solitude ever grows too bitter, may we remember each other", waren de woorden waarmee hij maandag dat onvergetelijke optreden afsloot. En plots voelde ik mij weer 21.

dinsdag 19 augustus 2008

Eine gute fahrt

"Habe ich nicht. In meine 30 Jahre nimmer gehabt. Das ist für das Frauenhaus!", aldus de kastelein wanneer ik ergens in Zuid-Duitsland heel vermetel (ik hou niet van de suikerplakbek die ik krijg van frisdrank maar water is ook maar droog - op een manier) een Cola Light bestel op het terras van Pub Red Bull. "Danke danke," repliceer ik in een poging mij ongenaakbaar te tonen - "Bitte!" gromt de kale-met-toch-een-paardenstaartje terug. Die ons een half uur later bij het vertrek hartelijk feliciteert met onze 'prestatie', ons een behouden terugreis nach Belgien toewenst en wat van de prijs van onze consumpties (zwei Cola und zwei Bier - normal oder light? haha) afdoet.

Eigenaardig volkje, die Duitsers: niet alleen hun kledij maar ook hun gevoel voor humor is wat in de eighties blijven steken. Maar op de treinconductrice op de nachttrein terug (Duitsers en treinen, het blijft toch een gewaagde combinatie) na (wie te kampen hebben met een overtollige testosteronaanmaak en een levendige fantasie had dit voorzetsel hier ondertussen niet meer verwacht) hebben we vooral sehr freundliche leute op onze weg ontmoet. Op het einde van de reis werden we het zelfs enigszins beu dat iedereen ons spontaan kwam aanspreken om een praatje te maken, ons de weg te wijzen, goede raad te geven en noch eine gute Fahrt zu wünschen. 'Wir haben eine Karte, danke schön, auf wiedersehen!"



Van Hechtel-Eksel (tochten moeten érgens beginnen, en dan bij voorkeur in plaatsjes met een wat griezelige naam) naar Tübingen (Zuid-Duitsland, zie foto hieronder: héél mooi stadje, het Duitse Gent wat mij betreft) gefietst dus, samen met Tuur. Meteen de verklaring voor Punkerkes lange afwezigheid hier. Tien dagen geen blogs, geen gazetten, geen radioreclame, geen Leterme, geen opiniestukken, geen verkeersinfo, geen openingsceremonies, geen e-mails, geen sputterende motor die je op gang moet zien te krijgen (alhoewel), geen culturele bierfeesten vol lallende en plastic bekertjes in het rond strooiende medemensen, geen Zomer 2008 met Ben Crabbé, maar wel dit:


De route aanhouden, zorgen dat je je 's morgens insmeert met factor 12 en genoeg te eten bijhebt, onderweg allerlei moois te zien krijgen (het Limburgse platteland, de Maas, Roermond, de mooie kleine dorpjes onderweg, Koblenz, de kastelen en stadjes langs de 'romantische Rhein' - zie derde foto, Ladenburg, het heerlijke Tübingen, Esslingen, het Zuid-Duitse platteland, natuurpark Schönbuch), hier en daar een terrasje doen op een stemmig marktpleintje (God wat klink ik als een veertiger), nu en dan enkele praatgrage en in dezelfde richting fietsende Noorderburen te woord staan, valpartijen faken (zie de eerste foto) en andere ongein en 's avonds bij een flesje wijn nog wat napraten of op de camping nog snel eens in het water duiken.

De enkele vervelende kantjes van de zaak (twee regendagen, al eens de weg kwijtraken en op een industrieterrein verzeild geraken, slechte benen nu en dan, niet alle campings hebben de stap naar de 21e eeuw al gezet) zet ik niet te hard in de verf, vakanties zijn gemaakt om achteraf mee te stoefen en ook de beproevingen maken deel uit van de totaalervaring, zo zal elke langeafstandsfietser bevestigen. Bovendien zijn het net die ongemakken die het geheel het heroïsche tintje bezorgen waar we maar al te graag mee uitpakken.

De grotendeels autovrije of autoluwe route haalden we uit dit boekje. Over de Alpen verder fietsen naar Venetië of Rome is een droom voor een van de komende zomers. Eerst nog wat oefenen in de Ardennen, danke. Overigens heeft die Hans Reitsma wat mij betreft een van de mooiste beroepen ter wereld: fietsroutemaker. Dat ik daar zelf niet eerder op gekomen ben! En zou híj light oder normal kiezen, de Hans?

maandag 16 juni 2008

Oostende - Aanmeren

De gouwe ouwe 'Brussels Airport Express' die je vroeger gezellig van De Panne naar de luchthaven en terug door de West-Vlaamse velden zag tjokken is al eventjes verleden tijd. De letters die ons van de bestemming van de trein kond deden zijn ondertussen althans overschilderd door de nimmer aflatende Noord-Brusselse graffitikunstenaars. En terecht, die toch al niet meer zo heel jonge stoptrein met stilstanden te Deinze en De Pinte 'Airport Express' te noemen schepte toch iets te hoge verwachtingen.


Wat natuurlijk niet betekent dat er niet meer naar Zaventem gespoord kan worden. Vanmiddag zag ik in het station in Gent dat op spoor 9 een trein naar 'Luchthaven Landen' vertrok. Het moet vast de leerkracht Nederlands aan anderstaligen in mij zijn die zich prompt afvroeg of er dan ook ergens een trein richting 'Luchthaven Opstijgen' vertrok en of ooit een anderstalige - netjes onze taal geleerd maar niet vertrouwd met Limburgse Dorpsnamen - zich diezelfde vraag gesteld zou hebben. Wat mij dan eenmaal thuis tot een Google-zoekopdracht verleidde met als trefwoorden 'Luchthaven Landen'. Wat mij op dit forum terechtbracht, ingevolge waarvan mij een tweede bedenking kwam aanwaaien: Bestaat er nog een onderwerp waarover géén forums bestaan?

Mijn zoekopdracht dienaangaande leverde jammer genoeg geen resultaten op. Waar ik vast weer een bedenking zou kunnen aan vastknopen zodat ik mijn postje fluks de titel 'Bedenking-Zoekopdracht-Bedenking' kan meegeven. Ik was evenwel te zeer gebiologeerd door deze bijdrage op het Groot Belgisch Treinenforum:

Wat mij intrigeert is waarom men die 2 stukken trein alsmaar wil koppelen en ontkoppelen. Het is geen afdoend antwoord noch 's morgens bij de beweging naar Brussel, noch 's avonds bij de terugkerende beweging.

en meer bepaald de vraag wie zich zo gemakkelijk door zulks laat intrigeren. Ik neem twee maal per week de bewuste trein, dus aan een gebrek aan betrokkenheid kan het niet liggen. Echter, de wegen van de NMBS zijn ondoorgrondelijk, dat is een natuurwet. Wie zich daar niet kan bij neerleggen heeft niets gesnapt van de charme van het Belgisch Openbaar Vervoer. Of misschien heb ik niets gesnapt van het verschijnsel mondige consument, dat kan ook.

Maar goed, ik merk dat de mensen achter mij wat ongeduldig worden, voor mij een enkeltje Oostende-Aanmeren, graag.