dinsdag 7 april 2009

Ook dat is de Ronde van Vlaanderen

Het stond in de gazet, bij monde van voorzitter van de Boerenbond Piet Van Themsche: "'Het water staat de landbouwbedrijven aan de lippen. Maar wij zijn niet zo zichtbaar als de banken of de autofabrieken. Dus is een campagne gepast." Een campagne die gisteren startte ergens ter hoogte van het Oost-Vlaamse Bottelare, alwaar ik passeerde in mijn poging een zonnige maar eenzame namiddag weg te fietsen. Net toen ik de grote baan van Merelbeke naar Hundelgem overgestoken was, hoorde ik op mijn linkerkant iemand luid 'eyla, eyla!' roepen.


Vermits ik netjes op de rijbaan aan het fietsen was en geen banden heb met de Zwalmstreek en er dus redelijkerwijs niemand aldaar van mijn recentelijke uitspattingen op de hoogte kan zijn, ging mijn blik al snel radargewijs op zoek naar de daadwerkelijk toegeroepenen. En jawel, daar stonden ze, even verderop aan de kant van de weg: een pregepensioneerd koppel, klaarblijkelijk pauzerend op fietstocht, dat iets onduidelijks aan het doen was aan de rand van een akker waarbij de hand van de mannelijke helft naar de grond en vervolgens weer naar boven ging.

Was het een papiertje dat gevallen was? Was het een oefening van de fit-o-meter? Was het een alternatieve bevoorrading? Of was het diefstal van gewassen? Ik weet het niet, maar nog altijd luid 'eyla' roepend stapte de boer van zijn tractor in de richting van de twee staatsbonners. Waarop die zich met kwieke step opnieuw op hun zadel hesen om hun tocht verder te zetten. Overpeinzend wat er precies gebeurd kon zijn, fietste ik hen voorbij, tot ik even later in mijn overpeinzingen gestoord werd door het geluid van gesmeerde kettingen achter mij. Ik keek achterom, ervan uitgaand dat ik vrij baan zou moeten geven aan enkele wielertoeristen.

Het was echter geen Volderke maar een kolderke. Ik wist eerlijk gezegd niet dat geprepensioneerden zo'n snelheid konden halen, met rechte rug op hun respectievelijke dames- en herenfiets. Terwijl hun leeftijdsgenoten anders toch altijd netjes over de hele breedte van de baan koppig in mijn weg blijven rijden. Mijn routebeschrijving droeg mij op even verder rechtsaf te slaan -wat ik ook deed- maar het geluid van een naderende tractormotor deed mij beslissen om even te stoppen en mijn groeiend vermoeden aan de zich achter mij afspelende realiteit te toetsen. En jawel. Ook van die tractoren wist ik niet dat die zo snel gingen.

Overigens weinig galant van de geprepensioneerde dat hij zijn vrouw zomaar op 10 seconden reed, zonder dat daar een Muur of een Bosberg of botsende ploegbelangen kwamen bij kijken. Ik gevoel nog altijd enige spijt dat ik er niet achteraan gefietst ben om de afloop mee te maken. En dat er geen helikopters of motoren met cameramannen in de buurt waren. En in retrospectief ook dat er geen boer met landbouwwerktuig in de buurt was toen Pozzato zondagmiddag zijn lege drinkbus ergens op een akker gooide. Want ik had het Michel Wuyts zo graag horen zeggen terwijl de tractor zich een weg baande tussen het volk op de Koppenberg:

'Ook dat is de Ronde van Vlaanderen'

vrijdag 13 maart 2009

Het was de conductrice

En zo is ook de eerste verjaardag van dit blog (ik probeer sinds kort ook de Nederlandse markt te bespelen) geruisloos voorbijgegaan, zoals de slak die ik vanmorgen net niet met de fiets overreed op de brug over de Schelde tussen Ledeberg en de Burggravenlaan. Hoe dat beestje daar terechtgekomen was, is geen raadsel. Gewoon langs een of ander slijmspoor omhooggekropen, er net als ons allemaal van uitgaand dat het gras aan de andere kant veel groener is. Terwijl het er gewoon even grijs ziet van het fijn stof. 't Is echt geen wonder dat die huisjessleurders nooit topfuncties bereiken.


Sinds kort is het een selecte groep lijncontroleurs toegestaan de reizigers te fouilleren. 'Logisch, die mensen van de lijncontrole moeten nu eenmaal op zoek naar vetrolletjes', zou Freaq zeggen - of nee, zégt Freaq. Maar het is een goede maatregel, want laat ons wel wezen: het loopt de spuigaten uit met die agressie op het openbaar vervoer. Zo snakte eventjes geleden een conductrice op de probleemlijn Gent-De Panne iets te gretig de key card uit mijn handen die ik uit eenmalige vergetelheid te laat aan het invullen was. 'U weet toch wanneer u uw key card moet invullen!' snauwde ze mij toe, zich weinig moeite getroostend om te verhullen dat het geen vraag betrof. Vervolgens peperde ze mij in dat ik haar dankbaar mocht zijn dat ik geen boete kreeg. Vreemd genoeg werd ik geen gevoelens van dankbaarheid gewaar maar bekroop mij integendeel de aandrang om toch maar mijn boete te betalen teneinde geen dankbaarheid verschuldigd te zijn. Wat ik niet deed, het zal een béétje gaan.

Diezelfde avond blafte een lijnchauffeur mij af omdat hij vond dat ik te laat naar zijn zin aangegeven had dat hij moest stoppen. Ik dacht 'Hé man, ik stond al molenwiekend in het midden van de straat toen jij nog een onbetekenende stip aan gindse horizon was, en sorry dat ik mijn vuurpijlen niet bij heb vandaag. En ja, natuurlijk krijgt u mijn vervoersbewijs te zien, daarvoor hoeft het volume niet op tien.' Maar ik zei 'sorry', stak mijn Omnipass terug, begaf mij naar mijn zitplaats en bedacht dat ook deze man waarschijnlijk gewoon eens stoom moest kunnen aflaten na een lange werkdag en dat ik wellicht een nieuw geval van huiselijk geweld had helpen voorkomen. Neen, al goed dat die reizigers nu gefouilleerd kunnen worden: ook het aantal zedendelicten gaat straks vast in vrije val binnen de bevolkingsgroep werknemers van openbare vervoersmaatschappijen.

Een dag later werd ik ziek. Antwoorden zoekende op het plafond, besefte ik plots: 'Ze ruiken hun prooi. 'Ik moet er al verzwakt uitgezien hebben. Ik was voor hen een slak die ze konden ontwijken maar die ze besloten te overrijden.' Vreemd, want de slak waarmee ik me toen vereenzelvigde dook in de chronologie van mijn bestaan pas deze morgen op. Maar dat maakt niet uit, zo leerde mij een collega die aan hypnosetherapie doet: 'Met hypnose kan je om het even welk beeld op je harde schijf planten, zodat je terugvalt op andere uitgangspunten, die je helemaal zelf kan bepalen'. Ik dacht aan de film 'Eternal sunshine of the spotless mind' en heel eventjes ook aan Eline Berings maar kreeg de kans niet om dat te vertellen: achter mij hoorde ik een deur opengaan.

Het was de conductrice.

dinsdag 3 februari 2009

Quod erat enz

Neen, natuurlijk is dat niets om trots op te zijn, dat je behoort tot 'de enige Belgen die nog nooit naar Rock Werchter geweest zijn'. Maar goed, ik ben dan ook niet bij die Facebookgroep omdat ik daar trots op ben, maar gewoon om mezelf te tonen zoals ik ben, dat is zoals een t-shirt dat je aantrekt hé.


Of het helemaal zo ging, weet ik niet meer, maar dat het griezelig klonk en dat de redenering zo doodlopend was als de toekomst van SLP, dat wel. Het was nochtans goed begonnen, vorige vrijdag. Netjes op tijd bij de gastheer- en vrouw, alles onder controle, een spaarzaam leukigheidje hier, een vriendelijk schimpscheutje daar, Italiaans restaurantje ergens bij de Dampoort en daarna nog wat gaan drinken in het centrum. Iedereen doet het, en je voelt je toch maar mooi deel uitmaken van het moderne stadsleven, zo eventjes.

Maar dan komt altijd weer dat moment waarop ik me geroepen voel om het net iets moeilijker te maken dan nodig, bijvoorbeeld omdat iemand beweert dat dat toch niets is om trots op te zijn, dat je nog nooit naar Werchter geweest bent. 'Groot gelijk heb je', had een zelfbeheerstere versie van mezelf geantwoord, 'maar ik heb dan ook al zoveel om trots op te zijn.' Clown heb ik altijd willen zijn.

Helaas was de bescheiden (wat lijken woorden soms toch ongepast) hoeveelheid drank die ik op had er al in geslaagd mijn beoordelingsvermogen dusdanig te vertroebelen dat ik haast reflexmatig overschakelde op de 'laat je niet zomaar doen'-modus waarin ik me in de minder memorabele periodes uit mijn leven bekwaamd heb. Met bovenstaand gedrocht als gevolg.

Mijn tafelgenoten van vorige vrijdagavond vragen zich misschien af waarom ik in godsnaam hierover schrijf, en niet over andere veel zwaarwichtiger zaken waarover we het die avond hadden, of over de Cobratentoonstelling die ik vorige zondag in Brussel bezocht heb (zie foto).

Enerzijds een kwestie van gezond narcisme natuurlijk en anderzijds omdat ik na mijn zware opiniëringsdrang van de afgelopen maand gewoon even aan mezelf wou bewijzen dat ik ook nog altijd gezellig over niets in het bijzonder kan schrijven.

Quod erat demonstrandum.

Al is het dan natuurlijk niets om trots op te zijn.