donderdag 10 december 2009

Horremorrie

Ken je dat, van die mensen die gaan drummen om als eerste op de trein te kunnen stappen en zo de forenzers die eraf willen het uitstappen bemoeilijken? Ja, natuurlijk ken je dat, ik ben de elvendertigste die een blogberichtje begint met een verwijzing naar het fenomeen en met de woorden 'ken je dat' - dat ik me eraan erger (aan die mensen, blogpostjes over die mensen, en blogpostjes die beginnen met 'ken je dat') hoeft feitelijk niet meer gezegd.


Vandaag echter ontdekte ik een nieuwe categorie mensachtigen die totnogtoe schromelijk aan de aandacht van het nooit aflatende contingent stukjesplegenden ontsnapt is: 'Zij die klaar staan om van de trein te stappen en reikhalzend over de schouder van de voor hen wachtende naar buiten kijken, vurig hopend dat daar mensen zullen staan die gaan drummen om als eerste te kunnen opstappen en zo de mensen die eraf willen het uitstappen bemoeilijken'. Nog voor ze zelfs maar de deuropening bereikt hebben waarlangs ze het rijtuig moeten verlaten, staan die domme bontjes al met hun sjakosj te zwaaien, binennsmonds hun 'laat me door, laat me door' al repeterend.

Het zit hen duidelijk hoog dat ze weer maar eens een hele rit in tweede klasse hebben moeten reizen (iets met Fortis-aandelen die ze met de kerst dan maar aan familie zullen uitdelen) en dat er buiten alweer ander plebs in hun weg zal staan vervult hen nu al met een portie vooropsnellende extra ergernis. Alsmaar vindingrijker worden ze in het opzoeken of uitlokken van situaties die wel eens zouden kunnen uitmonden in een conflictje dat hen toelaat hun onvrede met alles en iedereen nog eens op een medemens te projecteren.

Vandaag zat ik in zo'n treinwagon met stoeltjes die als in een vliegtuig achter elkaar in dezelfde richting geplaatst zijn. Ik wou de krant lezen, maar had daarbij last van de laaghangende middagzon die het op mijn irissen gemunt had. Ik besloot daarom de hor die daartoe aan de binnenkant van het treinraam aangebracht was een twintigtal dodelijke centimeters naar beneden te trekken. Ogenblikkelijk steeg achter mij een ontzet kreetje op. Ik had er blijbkaar niet op gelet dat de hor zich over twee rijen zitplaatsen uitstrekte en dat ook de passagier achter mij zodoende geheel in duisternis gehuld de rest van deze zo al onzalige treinreis moest uitzitten.

Op eenvoudig verzoek had ik de hor terug omhoog geduwd -ik gun iedereen het licht in de ogen- maar daar kreeg ik de kans niet toe. Na een verontwaardigd 'sèèg, als een bitje zunne al tevele is' stond de dame achter mij - waarvan ik tot dan toe het bestaan niet vermoedde - sissend op en na een paar dodelijke blikken verhuisde ze naar een andere zitplaats, in de buurt van leukere mensen. Dat ze even later allerlei onvriendelijks murmelend terug langs mij moest om haar sjakosj te komen halen die ze laten liggen had -de optuttrut- was dikke pret.

We naderden Gent, ik stond op uit mijn horloge en maakte me klaar om me doorheen de massa op het perron te wurmen. Het Horremorrie stond me immers vast al drummend op te wachten.

De horror.
(de foto is van de hand van een zekere Herman Horsten - toeval bestaat niet of probeert toch hard te doen alsof)

woensdag 28 oktober 2009

(Dr)enkeling

Flarden. Het minste wat erover te zeggen valt, is dat er veel over te zeggen valt. De lezer krijgt alle tijd om nog even in zijn eigen gedachtenwereld te vertoeven, want: flarden. Ze waaien maar wat aan, als de intro van 'The Beatles and The Stones'; een hint die snel weer verzwindt. Hoogstens blijven ze even hangen zolang niemand ze probeert te vangen.


Splinters van versproken gedachten, fracties van verfrommelde acties, de afgebotte boorden van te scherp gesproken woorden. Zo ijl ik als de ochtendlucht op een eerste winteruurdag: allesomvattend en verrassend zacht maar ongevaarlijk en diffuus. Ik gun ze de vrijheid, want ik weet: net als een krolse kat verdwijnen ze maar komen ze ook altijd terug af op het gestoorde magnetisme van de menselijke geest.

'Laat die flarden fladderen!' roept mijn psych, 'sluit ze niet op binnen de boorden van je woorden, veranker ze niet in kankeralinea's, pas ze niet in paragrafen, maar laat ze overal hun dorstige uiteindes laven!' Hem tegenspreken durf ik niet, en terugschrijven? Nee, die ij klinkt veel te scherp. Als flitsende barden schieten de flarden alle kanten op, ik grijp nog maar te laat, dus ik laat ze - hun eigen gang maar gaan.

Geef mij een doel en ik geef je een smoel: gedegen kruis ik het degen, de politiek correcte rustieke commode wars van weer eens mode. Ik ken die muurtjes, ik kan ze bouwen. Maar geef mij flarden en ik lig eraan. Of dat ligt eraan: hoever kan dit gaan, zonder de metronoom tilt te doen slaan? Hoe ver drijft het reiken naar verrijking een drenkeling op zoek naar - laat ons zeggen land om de hand op te leggen?

zaterdag 19 september 2009

Voor wie Taouil

'In Nederland hebben ze rokerskerken'. Zoals enigszins te voorspellen viel, had mijn sympa eloquente collega een eigen invalshoek klaargestoomd voor het geval hij onverhoeds in een hoofddoekendebat zou terechtkomen, naar gewoonte een invalshoek die hem op zijn minst voor eventjes van alleenspreekrecht verzekerde.


Hij is een van de mensen die weten hoe zich te gedragen als mijn ochtendhumeur nog in de buurt is en zijn pogingen tot branie zijn doorspekt met mooie woorden waarvan ik het bestaan vergeten was of nooit gekend heb, dus ik laat hem graag zijn gedachten met mij delen. Hij leek het best een leuk initiatief te vinden, die rokerskerk, dat aantoonde hoe arbitrair het begrip 'levensbeschouwelijke tekens' wel niet is. Hij merkte ook op dat in onze syllabi 'Nederlands voor anderstaligen' verwezen wordt naar het doopsel, en vroeg zich enigszins wijsneuzerig af of dat dan ook een 'levensbeschouwelijk teken' is.

Genoeg stof voor mij om enkele alineaatjes mee te vullen -waarvoor mijn erkentelijkheid- maar uiteindelijk kwam ik niet te weten wat hij er nu van vond. Het werd mij vooral duidelijk dat de discussie niet op zijn niveau gevoerd werd, al vermoedde ik dat dat niveau zich ergens bevond waar minder welbespraakte stervelingen zich niet wagen en dat men er zich vooralsnog concentreert op informatiegaring en intensief denkwerk met het oog op een toekomstige nog te bepalen visie, wat niet noodzakelijkerwijze ook een standpunt veronderstelt. Het siert hem, aan visie meer gebrek dan aan standpunten dezer dagen.

Ik vind het een jammere zaak, dat 'algemeen hoofddoekenverbod' (behoudens aanpassingen ook van toepassing in het volwassenenonderwijs, stel je voor), en dan vooral het 'algemene' ervan en de manier waarop het er gekomen is. Fair genoeg dat enkele gemeenschapsscholen de hoofddoek willen verbieden omwille van wel-of-niet-bestaande groepsdruk, wie het onderwijs een beetje kent weet dat een directie -die nota bene jarenlang tegen de trend in de hoofddoek wél toeliet- zoiets niet beslist zonder daarover eerst goed na te denken. Jammer wel dat dan meteen het hele onderwijsnet op die kar springt om juridische consequenties te vermijden.

Het is ondertussen helemaal verworden tot zo'n 'van hogerhand door krachten die we niet beheersen' opgelegd verbod, dat niet anders kan dan wrevel opwekken bij de draagsters en hun omgeving. Het was dan ook lachen geblazen toen afgelopen maandag de kranten vol stonden met bezorgde bedenkingen van woordvoerders allerhande die niet zo te vinden waren voor het plan van aparte moslimscholen dat ondertussen om voor de hand liggende redenen zijn voedingsbodem rijk gecomposteerd zag.

'We willen scholen die een afspiegeling zijn van de maatschappij, en aparte moslimscholen brengen dat project in gevaar'

klonk het. Ach kom, we willen helemaal geen scholen die een afspiegeling zijn van de maatschappij. We willen scholen die een afspiegeling zijn van de maatschappij die wij voor ogen hebben (waar moderne moslims de hoofddoek erkennen als het teken van onderdrukking dat het volgens ons is en vervolgens afwerpen). Daar is zelfs niets mis mee, met goedkope praatjes wel.

Om ervoor te zorgen dat de ondertussen wat bedaarde gemoederen niet helemaal insluimerden, besloot de Staatsveiligheid vervolgens op weinig subtiele manier (in een televisieprogramma en bij monde van de directeur van de Staatsveiligheid) hun boekje open te doen over imam Taouil, een opgemerkt tegenstander van het hoofddoekenverbod.

Die imam Taouil is een toezichter bij De Lijn in Antwerpen die pretendeert voor de moslimgemeenschap te spreken maar die binnen diezelfde gemeenschap helemaal niet zo'n leidersfiguur is als hij zelf laat uitschijnen. Taouil wordt echter door de vaderlandse media zonder veel nadenken gretig opgevoerd als 'woordvoerder van de moslims in het hoofddoekendebat', tot terechte frustratie van andere groeperingen met een grotere aanhang die best ook wel wat zinnigs te zeggen hebben over de hele zaak en die een gematigder toon aanslaan.

Het is zelden gezien dat de Staatsveiligheid informatie (die overigens niet bepaald ophefmakend is, iederéén weet ondertussen dat die Taouil een behoorlijk conservatief sujet is en van strafbare feiten is vooralsnog geen sprake) zo openlijk en om politiek geïnspireerde redenen met het publiek deelt. Ik herinner mij althans niet dat de heer Alain Winants of een van zijn voorgangers ooit in Terzake is komen berichten over de banden van Filip Dewinter en co met neonazigroeperingen.

Gezagstrouw als ik ben ga ik er maar van uit dat deze opstoot van openheid van onze Staatsveiligheid geïnspireerd werd door goede bedoelingen, maar even later werd het echt eng toen 'Kind en Gezin' besloot om de vrouw van Taouil te schorsen als onthaalmoeder, niet omdat er in die zes jaar ook maar één klacht over haar geweest zou zijn, wel 'omdat haar man een extremist is':

'We hebben inderdaad besloten de samenwerking stop te zetten. We vonden dat er bij de onthaalmoeder in kwestie nog onvoldoende garantie bestond voor de integriteit van de kinderen. Haar echtgenoot wordt door de Staatsveiligheid in de pers een extremist genoemd.'

Het doet terugdenken aan de manier waarop Verhofstadt zoveel jaren terug zijn boekje te buiten ging door op het parlementair spreekgestoelte aan te kondigen dat hij Abou Jahjah zou laten arresteren, alsof de scheiding der machten niet meer dan een vodje papier is. Dankzij heel de heisa dreigt Taouil, de man die Antwerpse meisjes opriep om niet meer naar school te gaan als het hoofddoekenverbod gehandhaafd bleef, alsnog een leidersfiguur en zelfs een martelaar te worden. En we kunnen ons afvragen of het dat is wat we willen.

Of niet, en een sigaretje gaan roken.