Toch valt niet helemaal uit te sluiten dat op een dag iemand die mij kent als de gewetensvolle, ijverige, goedlachse maar soms ook wat knorrige collega die ik dagelijks en met wisselend succes probeer neer te zetten, al klikkend deze bunker binnenvalt om zich wat te komen verkneukelen in deze onvermoed aangeboorde bron revelaties over die al bij al toch wat schimmige verschijning op de gang.
Om het risico dat mijn in het lover verscholen Bunkerke ook gelokaliseerd wordt door dat stel sympathieke lieden dat er voorlopig nog van uit gaat dat ik als een betrouwbaar sujet gecatalogeerd kan worden, om dat risico te vermijden en ook het onvermijdelijk daaruit voortspruitende gevaar voor een verrassingsaanval (ik sta met een ochtendhumeur op de gang en om mij wat af te reageren besluit ik een collega wat te jennen, die doodleuk reageert met 'weet je wat, schrijf het eens in je -spottend snikje- blog') toch enkele voorzorgen.
Ter attentie van collega RL: ik weet het van je theaterproject waarvoor je een porno-regisseur gaan interviewen bent. Ter attentie van collega TN: ik heb je website gezien met foto's. Foto's van bliksemschichten. Ter attentie van mijn weliswaar knappe collega RS: een thesis schrijven over boomnamen in familienamen en hun appellatieve en toponymische oorsprong, dat is hilarisch zoals in 'niet bedoeld om mee te lachen maar ik doe het toch'. Ter attentie van collega NS: die foto's van je inleefreis in Tanzania zijn echt niet zo flatterend!
Maar dit louter uit voorzorg. Er kan altijd onderhandeld worden over wederzijdse ontwapening, dierbare collega's - en ik vind jullie allen dusdanig sympa dat ik er tot nog toe in geslaagd ben niet één keer mijn mond voorbij te praten over het bestaan van bovenstaande verzameling bezwarend materiaal. Dat zulks niet vanzelfsprekend is, zal elkeen die wat vertrouwd is met mijn vrouwelijke kantjes moeten beamen.
Waar ik echter wel een hekel aan heb zijn al die collega's die niets prijsgeven op het net. Geen thesis met een grappig onderwerp, geen comprommiterende foto's, geen jeugdzondes, geen lidmaatschap van natuurverenigingen, geen reacties op een online discussie bij Libelle, geen amechtige pogingen tot proza of poëzie, geen politiek incorrecte uitspraken op online fora, geen iets, gewoonweg niets. Als potentiële werkgever, ik zou het wel weten: zo iemand heeft iets te verbergen en is dus niet te vertrouwen.
Is het dodelijke saaiheid? Angst dat je persoonlijke gegevens bij die Chinezen terechtkomen die Google gehackt hebben? ('Oh Ling, look at diz wommen, zjie ies wief de boerinnenbond'). Of omdat je syfillis krijgt van Facebook? Probeer het toch gewoon eens. Post op een Noord-Koreaanse site van natuurvrienden de foto's van die veel te zatte avond in tweede kan. Deel alsnog die gedichten uit je universiteitsjaren met de wereld, vermomd als 'recept voor roerbakken witlof met oesterzwammen' op http://www.webchef.be/. Verkoop je gedemodeerde sexy lingerie op kapaza en vergeet daarbij even dat het toch niet zo'n goed idee is om dat onder je eigen naam te doen, omdat toch altijd de kans bestaat dat iemand die jou kent als de gewetensvolle, ijverige, goedlachse maar soms ook wat knorrige collega die je dagelijks en met wisselend succes probeert vorm te geven, zich al klikkend tot bij je zoekertje werkt en zich daar verkneukelt in een onvermoed aangeboorde revelatie over die al bij al wat schimmige gangfiguur van op het werk die je uiteindelijk toch bent.
Of schrijf een blog. Onder een schuilnaam.
Maar ik vind je wel.
PS De figuur op de foto is een naamgenoot. Hij doet iets met fysica aan een Nederlandse universiteit. Dat had erger gekund.
woensdag 24 maart 2010
Ik vind je wel
zaterdag 19 september 2009
Voor wie Taouil
'In Nederland hebben ze rokerskerken'. Zoals enigszins te voorspellen viel, had mijn sympa eloquente collega een eigen invalshoek klaargestoomd voor het geval hij onverhoeds in een hoofddoekendebat zou terechtkomen, naar gewoonte een invalshoek die hem op zijn minst voor eventjes van alleenspreekrecht verzekerde.
Hij is een van de mensen die weten hoe zich te gedragen als mijn ochtendhumeur nog in de buurt is en zijn pogingen tot branie zijn doorspekt met mooie woorden waarvan ik het bestaan vergeten was of nooit gekend heb, dus ik laat hem graag zijn gedachten met mij delen. Hij leek het best een leuk initiatief te vinden, die rokerskerk, dat aantoonde hoe arbitrair het begrip 'levensbeschouwelijke tekens' wel niet is. Hij merkte ook op dat in onze syllabi 'Nederlands voor anderstaligen' verwezen wordt naar het doopsel, en vroeg zich enigszins wijsneuzerig af of dat dan ook een 'levensbeschouwelijk teken' is.
Genoeg stof voor mij om enkele alineaatjes mee te vullen -waarvoor mijn erkentelijkheid- maar uiteindelijk kwam ik niet te weten wat hij er nu van vond. Het werd mij vooral duidelijk dat de discussie niet op zijn niveau gevoerd werd, al vermoedde ik dat dat niveau zich ergens bevond waar minder welbespraakte stervelingen zich niet wagen en dat men er zich vooralsnog concentreert op informatiegaring en intensief denkwerk met het oog op een toekomstige nog te bepalen visie, wat niet noodzakelijkerwijze ook een standpunt veronderstelt. Het siert hem, aan visie meer gebrek dan aan standpunten dezer dagen.
Ik vind het een jammere zaak, dat 'algemeen hoofddoekenverbod' (behoudens aanpassingen ook van toepassing in het volwassenenonderwijs, stel je voor), en dan vooral het 'algemene' ervan en de manier waarop het er gekomen is. Fair genoeg dat enkele gemeenschapsscholen de hoofddoek willen verbieden omwille van wel-of-niet-bestaande groepsdruk, wie het onderwijs een beetje kent weet dat een directie -die nota bene jarenlang tegen de trend in de hoofddoek wél toeliet- zoiets niet beslist zonder daarover eerst goed na te denken. Jammer wel dat dan meteen het hele onderwijsnet op die kar springt om juridische consequenties te vermijden.
Het is ondertussen helemaal verworden tot zo'n 'van hogerhand door krachten die we niet beheersen' opgelegd verbod, dat niet anders kan dan wrevel opwekken bij de draagsters en hun omgeving. Het was dan ook lachen geblazen toen afgelopen maandag de kranten vol stonden met bezorgde bedenkingen van woordvoerders allerhande die niet zo te vinden waren voor het plan van aparte moslimscholen dat ondertussen om voor de hand liggende redenen zijn voedingsbodem rijk gecomposteerd zag.
'We willen scholen die een afspiegeling zijn van de maatschappij, en aparte moslimscholen brengen dat project in gevaar'
klonk het. Ach kom, we willen helemaal geen scholen die een afspiegeling zijn van de maatschappij. We willen scholen die een afspiegeling zijn van de maatschappij die wij voor ogen hebben (waar moderne moslims de hoofddoek erkennen als het teken van onderdrukking dat het volgens ons is en vervolgens afwerpen). Daar is zelfs niets mis mee, met goedkope praatjes wel.
Om ervoor te zorgen dat de ondertussen wat bedaarde gemoederen niet helemaal insluimerden, besloot de Staatsveiligheid vervolgens op weinig subtiele manier (in een televisieprogramma en bij monde van de directeur van de Staatsveiligheid) hun boekje open te doen over imam Taouil, een opgemerkt tegenstander van het hoofddoekenverbod.
Die imam Taouil is een toezichter bij De Lijn in Antwerpen die pretendeert voor de moslimgemeenschap te spreken maar die binnen diezelfde gemeenschap helemaal niet zo'n leidersfiguur is als hij zelf laat uitschijnen. Taouil wordt echter door de vaderlandse media zonder veel nadenken gretig opgevoerd als 'woordvoerder van de moslims in het hoofddoekendebat', tot terechte frustratie van andere groeperingen met een grotere aanhang die best ook wel wat zinnigs te zeggen hebben over de hele zaak en die een gematigder toon aanslaan.
Het is zelden gezien dat de Staatsveiligheid informatie (die overigens niet bepaald ophefmakend is, iederéén weet ondertussen dat die Taouil een behoorlijk conservatief sujet is en van strafbare feiten is vooralsnog geen sprake) zo openlijk en om politiek geïnspireerde redenen met het publiek deelt. Ik herinner mij althans niet dat de heer Alain Winants of een van zijn voorgangers ooit in Terzake is komen berichten over de banden van Filip Dewinter en co met neonazigroeperingen.
Gezagstrouw als ik ben ga ik er maar van uit dat deze opstoot van openheid van onze Staatsveiligheid geïnspireerd werd door goede bedoelingen, maar even later werd het echt eng toen 'Kind en Gezin' besloot om de vrouw van Taouil te schorsen als onthaalmoeder, niet omdat er in die zes jaar ook maar één klacht over haar geweest zou zijn, wel 'omdat haar man een extremist is':
'We hebben inderdaad besloten de samenwerking stop te zetten. We vonden dat er bij de onthaalmoeder in kwestie nog onvoldoende garantie bestond voor de integriteit van de kinderen. Haar echtgenoot wordt door de Staatsveiligheid in de pers een extremist genoemd.'
Het doet terugdenken aan de manier waarop Verhofstadt zoveel jaren terug zijn boekje te buiten ging door op het parlementair spreekgestoelte aan te kondigen dat hij Abou Jahjah zou laten arresteren, alsof de scheiding der machten niet meer dan een vodje papier is. Dankzij heel de heisa dreigt Taouil, de man die Antwerpse meisjes opriep om niet meer naar school te gaan als het hoofddoekenverbod gehandhaafd bleef, alsnog een leidersfiguur en zelfs een martelaar te worden. En we kunnen ons afvragen of het dat is wat we willen.
Of niet, en een sigaretje gaan roken.
woensdag 10 juni 2009
Liefdesmanager
Waar ik mij gelukkig mee prijs, bij zijn voorgaande leerkracht maakte hij er een sport van om een slordig anderhalf uur te laat binnen te komen. Een slechte gewoonte waarvan ik hem gelukkig al kunnen afhelpen heb, middels enkele goedgetimede verwijzingen naar die Chinese discipline waar ik niet veel van merk. Op mensen hun eergevoel mikken, het werkt altijd.
Dinsdag bezorgde hij mij het resultaat van zijn huistaak 'schrijf een sollicitatiebrief', dat hieronder integraal weergegeven staat, met aangepaste namen evenwel. De lezer hoort daarbij te weten dat Dagmara een Russische medecursiste van Pima is, die hij niet alleen elke dag in de klas maar ook aan het station te zien krijgt.
Betreft: Vacature Russische manager
Beste Mevrouw Dagmara
Nadat ik u in het station gekijkt had; waar u op bus wachtte, was mijn interesse onmiddelijk gewakkert.
Ik werk momenteel als vriendelijkheidsmanager met u. Ook door mijn ervaring als liefdesmanager met mooie meisjes ben ik ervan overtuigd dat ik u kan helpen.
Als u denkt dat ik een geschikte kandidaat ben, dan wil ik met plezier mijn motivatie toelichten tijdens een persoonlijk gesprek.
Met vriendelijke groeten
Pima
Met onderaan volgende noot aan de leraar:
PS Daan, kan je de liefdesbrief aan Dagmara geven, aub
Wat ik vanzelfsprekend niet gedaan heb, ik heb hem het schrijfsel terugbezorgd met de woorden 'dat mag je zelf doen, maar eerst de fouten corrigeren'.
Op mensen hun eergevoel mikken, het werkt altijd.
Vorige nacht was Pima getuige geweest van een inbraak om 2 uur 's nachts. Hij was naar eigen zeggen bezig met Uefa Champions League Manager toen hij door het raam van zijn slaapkamer zag hoe iemand inbrak in de frituur naast het Chinees restaurant van zijn vader. 'Hij steelde alleen een Cola en liep weg!' wist hij tot zijn groot jolijt te vertellen.
'Belgen zijn dom!' riep spontaan Jitendra, de jolige Nepalees van dienst. Wat mij ertoe noopte uiteen te zetten dat het integendeel heel slim is om enkel een Cola te stelen, geld maakt toch niet gelukkig. En dat het geen Belg geweest kan zijn, die gaan allemaal stipt om 22 u slapen.
Op de foto het eerste resultaat bij 'afbeeldingen' als je Dagmara googlet. En ze lijkt er zelfs een beetje op.
dinsdag 16 december 2008
Lezergerichtheid
Lasergerichtheid.
Als ik er nu nog in slaag om bij het verlaten van de kooi het ontsnapknopje in te drukken zonder de hiertoe al veel te vaak gebezigde wijsvinger uit mijn jaszak te moeten halen, moet ook dit laatste onderdeel van mijn pendeltraject zich gewonnen geven aan de algehele coolheid die ik nu al sedert mijn 9,5 jaar (toen ik ophield met naar de Jefi-films te gaan op woensdagnamiddag) nastreef in het publieke domein. Suggesties welkom.
Op de foto staat Marie Vinck, ik dacht aan haar toen een collega me zei dat ze Hilde Van Mieghem (moeder van), Jef Lambrecht, Stef Kamiel Carlens en nog een stuk of wat bekende koppen op het verjaardagsfeestje van Jan Fabre gezien had vorig weekend, en (hier komt de link) ze vertelde mij dat slechts een kleine tien minuten nadat ik de fietsenstalling verlaten had. Ik had dus ook een foto van Jef Lambrecht, Stef Kamiel Carlens, een elektronisch oog of een fietsenstalling kunnen posten, maar doe dat lekker niet.
Lezergerichtheid.
zaterdag 13 december 2008
Slachtoffercultus
Mijn pendelcollega beantwoordde mijn wellicht wat verrassende denkpiste met een vragende, licht verwijtende blik.
“Je mag het mij niet kwalijk nemen en het komt misschien nogal pedant over dat ik zoiets suggereer – voor mij is het immers een denkoefening, voor jou is het realiteit – maar toch. Als je nu eens gewoon stopte met werken.”
Dezelfde blik, en ditmaal leek het er niet op dat hij zijn ogen van mij zou afwenden voor ik hem verduidelijking verschaft had: "Hoe bedoel je precies?" informeerde hij - evenwel zonder de gebruikelijke vraagintonatie die dient om duidelijk te maken dat de vraagsteller oprecht geïnteresseerd is.
“Denk even na", vervolgde ik mijn uitleg zonder enige poging om mijn cynisme te verbergen, "zelfs als je het puur vanuit je eigen welbevinden bekijkt zou het zo slecht niet zijn. Als je niet meer gaat werken, heb je alvast die auto van je niet meer nodig om naar onze vestiging in Zwevergramme te rijden. Die kan je verkopen, dat brengt wat geld in het laatje, en je hoeft geen belasting en verzekering meer te betalen voor je auto. Bovendien moet je dan vaker te voet en kan je je fitnessabonnement opzeggen."
"Je zal natuurlijk ook een heel stuk aan aanzien inboeten doordat je werkloos wordt, een hoop van je vrienden zullen je met een scheef oog gaan bekijken, en daar zal je vrouw het moeilijk mee krijgen. Na een maand of wat, als het haar duidelijk wordt dat je niet echt aanstalten te maken om nieuw werk te zoeken, zal ze voor het eerst wat kribbig worden. Twee weken later weten al haar vriendinnen het en vier weken later vertelt ze het aan haar ouders. Zes weken later beginnen vriendinnen én ouders haar te adviseren om je te dumpen. Acht weken later dreigt ze er een eerste keer mee om het af te trappen. Tien weken later is ze weg. Hup, nog een probleem opgelost.”
S. bleef mij aankijken en probeerde de conversatie –duidelijk bij gebrek aan valabele argumenten- maar tot flauwe grap te declasseren: “Kom nou, het is leuk genoeg geweest.”
Ik liet mij echter niet van de wijs brengen:“Je huis zal je natuurlijk moeten verkopen, dat kan je niet meer betalen. Tijd om iets nieuws te zoeken. Liefst niet te duur natuurlijk, je moet het met je uitkering allemaal kunnen bolwerken. Een luxueuze studentenkamer valt wellicht nog net binnen de mogelijkheden.”
Op dat moment begon de trein aan zijn laatste remmanoeuvre en reden we het station binnen. Ik stond net iets eerder op. “Misschien”, prevelde S, “misschien” – en ook hij greep naar zijn jas, klaar voor een nieuwe werkdag.
Eentje zónder slachtoffercultus.
donderdag 13 november 2008
KVK vs SVZW

Ik moet er elke dag voorbij, een luttel half uur voor ik als frisse en montere lesgever mijn ochtendhumeur straal behoor te negeren, en werkelijk: sindsdien kom ik telkens met een brede glimlach aan op het werk - geen Bond-Zonder-Naam-spreuk (Glimlach! Nu! Vriendelijk! Naar! De! Eerstvolgende! Voorbijganger! Of! Behoor! Voor! Altijd! Tot! Het! Kamp! Van! De! Asocialen!) zou mijn mondhoeken verder omhoog krijgen.
Ik moet er daarbij bovendien over waken dat die beelden mij niet weer voor ogen komen van de Kortrijkse volksmens Vincent Van Quickenborne die na de bekerzege van KVK tegen Standard strategisch in het zicht van de vaste camera met een sjaaltje boven zijn hoofd op en neer stond te springen, of ik zou wellicht schaterlachend ons beduimelde lerarenhoekje binnenstrompelen.
Voetbal, in Kortrijk ook een feest voor de geest.
donderdag 23 oktober 2008
Briefjes op deuren van studentenkoten
"Dat is een van mijn favoriete nummers van Cohen," vervolgt S., "wist je dat het eigenlijk een brief is die hij schrijft aan een vriend die met zijn lief gerollebold heeft?" Nee, dat wist ik niet. Ik besef dat ik waarschijnlijk een beteuterd gezicht trek en haat mijzelf erom. Ik wil ook niet dat S. denkt dat ik een mooiweerfan ben die er alleen maar bij is omdat de goede smaak het dicteert. Ik pak uit met een voorzichtige tegenzet: "Komt van Songs of love and hate hé, als ik me niet vergis." Ik weet zeker dat ik me niet vergis, maar wil niet competitief lijken. "Weet ik niet, ik heb het van een Best Of", moet S. toegeven. Een onverhoopt succesje.
Wat ben ik onaangenaam in dit soort situaties. Ik vervloek mijn gesprekspartner om zijn wijsneuzerigheid, maar besef dat ik eigenlijk net zo ben - of nog erger wellicht. Een kantje van mezelf dat ik liever verborgen houd en dus manoeuvreer ik ons gesprek handig naar Various Positions, een heerlijke Cohen-plaat die ik van voor naar achter en terug kan meezingen. Maar eens thuis grijp ik meteen naar Songs of love and hate en hoor voor de tweede keer die week (de eerste keer was in Vorst) de openingsregels van Famous Blue Raincoat:
It's four in the morning, the end of December
I'm writing you now just to see if you're better
New York is cold, but I like where Im living
There's music on Clinton Street all through the evening
Plots besef ik waarom ik al zo lang niet naar Songs of love and hate geluisterd heb. De plaat herinnert mij aan de eenzame avonden op mijn studentenkamertje in de buurt van die verrekt hippe maar tegelijk verschrikkelijk troosteloze Vlasmarkt, toen mijn beste vrienden Leonard Cohen, Bob Dylan en Tom Waits heetten en ik daadwerkelijk om vier uur 's ochtends brieven zat te schrijven naar een meisje dat nu in Frankrijk woont, zwelgend in mijn eenzaamheid met lege flesjes Carapils naast het bureau en Songs of love and hate op de achtergrond.
Het internet en de mobiele telefonie zaten nog ergens in een hoogtechnologische pijpleiding te wachten tot een commercial director besloot dat ook het gepeupel zich voortaan aan deze nieuwe bronnen van kennisuitwisseling diende te laven. Vriendschappen werden nog niet met een klik aangevraagd maar moesten met de nodige assertiviteit -eigenschap waarin ik toen niet grossierde- afgedwongen worden en daarna onderhouden met briefjes op deuren van studentenkoten. Privacy was toen nog geen luxe en nietigheid een soort van dagelijks besef. Dat die dagen toch hun charmes hadden, dank ik aan Leonard Cohen
"If the solitude ever grows too bitter, may we remember each other", waren de woorden waarmee hij maandag dat onvergetelijke optreden afsloot. En plots voelde ik mij weer 21.
maandag 30 juni 2008
Aanhalingstekens
Aan het woord is D., die het heeft over zijn Braziliaanse vriendin R. Ze komt mij nu en dan na de les uitleg vragen bij vreemde brieven van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen waarin staat dat ze het grondgebied binnen de 5 dagen moet verlaten, en andere brieven waarin vervolgens staat dat ze toch nog 40 dagen in het land mag blijven, maar dat ze in die tijd wel haar papieren in orde moet brengen. Enfin, dit alles omdat de Braziliaanse administratie nogal traag werkt en haar documenten niet op tijd in Brussel krijgt. Arme R., arme D. dus.
Maar wacht, D. vertelt verder.
"En je moet weten: Zij betaalt gewoon belastingen zoals jij en ik, ik betaal al haar verzekeringen, zij krijgt wel wat korting op haar inschrijvingsgeld voor de Nederlandse les maar verder krijgt zij niets van de staat hé, zij geeft alleen maar. En zij moet dan vertrekken zogezegd. Als je dan ziet wie hier allemaal mogen blijven. 'Politieke vluchtelingen' - allé zogezegd politieke vluchtelingen hé, ik denk daar het mijne van - die krijgen een huis, geld en een auto van de staat. Ik vind dat toch niet zo correct."
Ai, ik dit misschien kunnen zien aankomen, maar het smaakt toch wat wrang. Ik ga er maar niet op in, het is een mooie zomeravond, we vieren een eindevanhetschooljaarsfeestje en ik ben Etienne Vermeersch niet of voel althans niet de fut en de aandrang om mij vanavond in zijn ethisch verantwoorde pak te hijsen. En bovendien, als iemand zich al eens mag laten gaan in dergelijke misvattingen is het toch die D. zeker, die lijdzaam moet toezien hoe zijn vriendin met onzeker resultaat door de bureaucratische mallemolen gehaald wordt.
Een dag later, ik tik thuis een internetadres in dat een andere cursist, Raymond, mij toegestopt heeft. Ik ontdek dat Raymond hoofdredacteur is van CongoOne, een nieuwssite die kritisch bericht over de politieke actualiteit in Congo. Naast het editoriaal prijkt zijn foto en enig opzoekingswerk op de site van het CPJ (Committee to Protect Journalists) leert me dat hij vroeger hoofdredacteur was van La tempête des tropiques in Congo, maar dat hem daar het werk onmogelijk gemaakt werd door het regime:
July 11, 2002
Raymond L, La Tempête des Tropiques
Bamporiki C, La Tempête des Tropiques
HARRASSMENT
L and C, publication director and chief investigative reporter, respectively, for the independent daily La Tempête des Tropiques, and three other newspaper employees who are not journalists, were arrested and taken to the Special Services holding center in the capital, Kinshasa, where they were interrogated in connection with an article that had appeared in the July 10 edition of the paper. The article reported on a July 8 street confrontation between civilians and soldiers that had turned violent, resulting in four deaths and substantial material damage.
In addition, police seized the entire print run of the newspaper’s July 11 edition. All five media workers were released the same evening on the condition that the paper print a correction to the story, which appeared on the front page of the next day’s issue.
Ik heb de familienaam van Raymond en zijn collega afgekort, zodat het onverbiddelijke Google niet al die nieuwsgierige agenten van de Congolese staatsveiligheid naar mijn nederige bunker stuurt - amper twee minuten na het publiceren van dit berichtje stond het al op 1 bij de hits op zijn naam en dat is helemaal niet de bedoeling van mijn vertellement.
Dat was 2002. Raymond woont ondertussen al een tijdje in België, en ik wou even weten hoe het nu gesteld is met de persvrijheid in Congo. Niet zo goed, blijkt uit de gegevens van de CPJ:
DRC journalists remain in ‘illegal’ detention Version française LETTER June 20, 2008
Three sentenced in Congolese journalist’s murder Version française May 22, 2008
Journalist alleges beating by Angolan diplomat Version française April 21, 2008
Investigative reporter held for 34 days over corruption story CASE January 9, 2008
Na afloop van mijn kleine queeste vraag ik mij af wie of wat die hardwerkende D. aangepraat heeft dat politiek vluchteling aanhalingstekens behoeft en dat hij er maar best het zijne van kan denken. Zou het kunnen dat 'het zijne' in deze niet echt het zijne is maar iets waarvan iemand anders zegt dat het 'het zijne' is?
Dát is dan weer een vraag voor Etienne Vermeersch.