Posts tonen met het label muziek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label muziek. Alle posts tonen

donderdag 23 oktober 2008

Briefjes op deuren van studentenkoten

"Heeft hij Famous blue raincoat gespeeld?" vraagt mijn collega S. me op de trein. Hier zitten twee muziekliefhebbers tegenover elkaar, Cohen-fans bovendien. Okeeje mensen dus, maar toch is er geen ontkomen aan. Onvermijdelijk volgt nu een steekspel op een onchristelijk ochtendlijk uur. Dit is het gesprek dat ik niet wou hebben, reden waarom ik hem angstvallig verzweeg dat ik naar het optreden van Leonard Cohen geweest was in Vorst. Maar hij is er toch achter gekomen.


"Dat is een van mijn favoriete nummers van Cohen," vervolgt S., "wist je dat het eigenlijk een brief is die hij schrijft aan een vriend die met zijn lief gerollebold heeft?" Nee, dat wist ik niet. Ik besef dat ik waarschijnlijk een beteuterd gezicht trek en haat mijzelf erom. Ik wil ook niet dat S. denkt dat ik een mooiweerfan ben die er alleen maar bij is omdat de goede smaak het dicteert. Ik pak uit met een voorzichtige tegenzet: "Komt van Songs of love and hate hé, als ik me niet vergis." Ik weet zeker dat ik me niet vergis, maar wil niet competitief lijken. "Weet ik niet, ik heb het van een Best Of", moet S. toegeven. Een onverhoopt succesje.

Wat ben ik onaangenaam in dit soort situaties. Ik vervloek mijn gesprekspartner om zijn wijsneuzerigheid, maar besef dat ik eigenlijk net zo ben - of nog erger wellicht. Een kantje van mezelf dat ik liever verborgen houd en dus manoeuvreer ik ons gesprek handig naar Various Positions, een heerlijke Cohen-plaat die ik van voor naar achter en terug kan meezingen. Maar eens thuis grijp ik meteen naar Songs of love and hate en hoor voor de tweede keer die week (de eerste keer was in Vorst) de openingsregels van Famous Blue Raincoat:

It's four in the morning, the end of December
I'm writing you now just to see if you're better
New York is cold, but I like where Im living
There's music on Clinton Street all through the evening


Plots besef ik waarom ik al zo lang niet naar Songs of love and hate geluisterd heb. De plaat herinnert mij aan de eenzame avonden op mijn studentenkamertje in de buurt van die verrekt hippe maar tegelijk verschrikkelijk troosteloze Vlasmarkt, toen mijn beste vrienden Leonard Cohen, Bob Dylan en Tom Waits heetten en ik daadwerkelijk om vier uur 's ochtends brieven zat te schrijven naar een meisje dat nu in Frankrijk woont, zwelgend in mijn eenzaamheid met lege flesjes Carapils naast het bureau en Songs of love and hate op de achtergrond.

Het internet en de mobiele telefonie zaten nog ergens in een hoogtechnologische pijpleiding te wachten tot een commercial director besloot dat ook het gepeupel zich voortaan aan deze nieuwe bronnen van kennisuitwisseling diende te laven. Vriendschappen werden nog niet met een klik aangevraagd maar moesten met de nodige assertiviteit -eigenschap waarin ik toen niet grossierde- afgedwongen worden en daarna onderhouden met briefjes op deuren van studentenkoten. Privacy was toen nog geen luxe en nietigheid een soort van dagelijks besef. Dat die dagen toch hun charmes hadden, dank ik aan Leonard Cohen

"If the solitude ever grows too bitter, may we remember each other", waren de woorden waarmee hij maandag dat onvergetelijke optreden afsloot. En plots voelde ik mij weer 21.

donderdag 9 oktober 2008

Erieks Satierische Grote Blogbedrog

Heerlijke hobby, dat bloggen. Niets moet, alles mag en het floept je uit alle richtingen zomaar tegemoet. De bewusteburgersporno van de 21ste eeuw, zeg maar. En voldoende bits and pieces voor heelder generaties nog ongeboren wetenschappers die te weten willen komen hoe de moderne mens anno 2008 zichzelf zag - of toch hoe de moderne mens anno 2008 graag gezien wou worden door zijn socialeklassegenootjes. Want het zijn hen die ze willen imponeren, niet de middenstandsorganisatie van de een of andere Oost-Vlaamse bloemengemeente. De lagere school, dat nooit meer.


Al dat klamme prestatiezweet heeft als voornaamste doel een handjevol andere bloghobbyisten - die ze meestal van haar noch pluim kennen en die zelf ook niets beters te doen hebben - duidelijk te maken dat ze nog altijd mee zijn, dat ze de zaken nog altijd vanuit een comfortabel vogelperspectief bekijken, dat ze zich niet laten vangen aan de waan van de dag, dat ze ondanks hun eerste verantwoordelijkheden (job, relatie, vaak ook huis en kinderen) toch nog bijdetijds zijn en een ongelooflijk interessant dan wel van grootse daden en emoties overlopend bestaan leiden.

Terwijl ondertussen hun vrouw het eten aan het klaarmaken is of de strijk aan het doen, zij de jengelende kinderen naar bed brengt en hen voorliegt dat paps teveel werk heeft om een verhaaltje voor te lezen, terwijl hun zicht alsmaar verslechtert tot ze alleen nog over een soort tunnelvisie beschikken: tikken, tikken, tikken. Terwijl zij vast meer volk zouden bereiken als zij hun stukjes zouden voorlezen op de Ledebergse zondagsmarkt dan door hun vingers te verslijten aan hun klavier.

Want ja, zo vol zijn zij van zichzelf dat zij hun toetsenbord een klavier noemen, aldus op blasfemische wijze suggererend dat Erik Satie eigenlijk een soort middelmatig begaafde typist was. Terwijl dus ondertussen het echte leven zich elders afspeelt, verhalen zij over het leven dat zij lijden. Want lijden doen ze. Verzuchten, aanklagen, de zaken bevragen, zich actualiteit- en kredietcrisiskritisch nooit tot algemeenheden verlagen, en altijd in dat verzameltaaltje dat hun literaire aspiraties wel verraadt maar zelden waarmaakt.

Het tenenkrullendst zijn dan nog de stukjes -sorry blogsposts- van bloggers over andere bloggers die over nog andere bloggers beweren (zieligaard! prutser! non-talent! on-coole! schijtluis! bewusteburgerspornoproducent! middelmatig begaafde typist! blogosfeermeneer!) wat net zo goed over hen zelf beweerd kan worden. Wanneer dit alles bovendien met zo'n verplichte zogenaamd zelfrelativerende maar feitelijk zelffêterende en walgelijk samenzweerderige knipoog gebeurt, is het helemaal om van te kotsen en is de bodemkoers in zicht.

Heerlijke hobby, dat bloggen.

vrijdag 5 september 2008

De lichtjes van de Schelde

Vorige zomer ben ik naar Tübingen, Duitsland op reis geweest, gewoon voor mijn eigen vermaak. Ik moest daar niet per sé zijn in Tübingen, ik heb daar geen familie of vrienden wonen en er is daar ook geen winkel waar ik iets wil kopen wat ze hier niet hebben want tegenwoordig hebben ze overal alles, met dank aan de globalisering. Er is zelfs een pittakot in Kortemark met lekkere pitta in durumbrood en ze hebben in mijn geboortedorp nu ook dezelfde bloembakken als in Antwerpen, die prachtige metropool aan de majestueuze rivier De Schelde. Je weet wel, van dat weemoedige liedje van vroeger, ‘De lichtjes van de Schelde’ van Bobbejaan Schoepen. Ik ben geen Antwerpenaar en kom er ook niet zo vaak (behalve soms als ik zin heb om nog eens een olifant of een maraboe te zien). Ja, ik voel vaak zelfs een zekere weerzin tegenover de bewoners van dat veel te grote havendorp die allemaal (zo dicteert het gesundenes Volksempfinden, en wie ben ik om iets Duits tegen te spreken) denken dat de nulmeridiaan door hun gat loopt.


Terwijl die natuurlijk door Greenwich bij Londen loopt, zoals we allemaal weten. Ik ben er onlangs nog geweest – ook dankzij de nooit aflatende vooruitgang kon ik ’s morgens om 5 uur opstaan, een dagje in Londen rondstruinen en ’s avonds om half twaalf alweer liggen soezen in mijn eigen bed. Tijdens dat dagje Londen ben ik in Greenwich geweest en inderdaad: hij ligt er die vadsige nulmeridiaan die –geen opwarming van de aarde of Apocalyps kan daar iets aan veranderen- nooit een vin verroert. Althans dat denk ik toch want ik heb die meridiaan ook niet zien stilliggen. Feitelijk is die nulmeridiaan gewoon een afspraak onder wetenschappers werd mij verteld, zo'n beetje wat God is voor de godsdienstigen dus. En soms moet je gewoon geloven en je verder geen vragen stellen, anders komen er vodden van. In elk geval: de afspraak behelst onder andere dat die nulmeridiaan niet door Antwerpen loopt en al zeker niet door het gat van zijn inwoners. Maar als ik dat liedje van Bobbejaan Schoepen hoor wil ik soms toch 5 seconden lang een Antwerpenaar zijn, zodat ik ongestraft zou mogen huilen bij het aanhoren van zijn weemoedige gezang.

Want 'De lichtjes van de Schelde' is wel degelijk een wereldsong. Wat bijvoorbeeld niet gezegd kan worden van John Denvers 'Country Roads’. Als ik dat riedeltje hoor, wil ik helemaal niet in West-Viriginia of in ‘almost heaven’ zijn, want daar wonen alleen domme cowboys met belachelijke hoeden die hun schietgerief uit de shed halen als je je op hun property (ze spreken daar geen Nederlands) begeeft om een slokje water te vragen (want Route 66 is lang en onherbergzaam en drankgelegenheden onderweg zijn schaars). Overigens heeft John Denver vanzeleven nooit in West-Virginia gewoond, hij is er zelfs nooit geweest beweren kwatongen. Hoe geloofwaardig is het dan om te zingen dat West-Virginia ‘bijna de hemel’ is? Nee, doe mij dan maar onze Vlaamse cowboy Bobbejaan - woonachtig te Lichtaart maar zeker en vast wel eens in Antwerpen op café geweest. Tenzij John Denver - die in wezen heel lieve Amerikaan die wat idiote cowboyliedjes zong - het natuurlijk over maagden had, die countryzangers werken wel vaker met metaforen ze zijn nog niet zo dom als ze eruit zien en ze hebben allemaal een tweeloop in hun schuurtje staan. Al denk ik toch niet dat hij het over maagden had, volgens mij vond hij West-Virginia zo hemels net omdat hij er nooit geweest is.

Dat is normaal, zo weten we uit de psychologie: het gras is groener aan de overkant, het meisje dat we niet zo goed kennen vinden we altijd het meest mysterieuze terwijl ze die stomme pretoogjes gewoon van haar oma meegekregen heeft en ze er net zo goed alle andere venten hun kop mee zot maakt. In plaats van liedjes te maken over West-Virginia had John Denver dus beter wat in zijn hof gewerkt in Aspen (want daar woonde hij, dat heb ik opgezocht, in Aspen in de staat Colorado) of het gras afgereden in zijn tuin in San Fransisco, want daar had hij ook een huis staan. Dat huis had hij gekocht met het geld dat hij verdiend had dankzij dat liedje over West-Virginia. Ja, toen kon men nog rijk worden door melancholische gezangen te componeren om het volk te troosten.

Ik geef toe: als hij dat liedje niet geschreven had, had hij dat huis in San Francisco niet gehad en had hij daar het gras niet kunnen afrijden in plaats van dat liedje te schrijven. Maar dat moet u dan maar voor lief nemen, u doet ook niets om de oorlog in Afghanistan tegen te houden en dat is nog veel en veel erger dan John Denver die in al zijn onwetendheid (er was toen nog geen oorlog in Afghanistan - of toch niet voor zover we willen weten) liedjes zong over plaatsen waar hij nooit geweest is. Veel erger ook dan het leugenachtige gedrag van Raymond van het Groenenwoud, die nooit echt heeft opgetreden in Genoelselderen zoals hij ons probeert wijs te maken in 'Je Veux de l'amour'. Artiesten mogen immers een loopje nemen met de realiteit, dat is een van de conventies waarop de kunstenwereld gebouwd is. Terwijl het mij toch veel leuker lijkt om een loopje te nemen zonder de realiteit.

Maar sporten, dát doen ze liever in groep natuurlijk, leer ze mij niet kennen. Zonder publiek zijn al hun inspanningen ook maar zaad op de rotsen. Pils in een bierbuik. Pis in een gedegradeerde dakgoot. Zandbakken in de woestijn. Voetballers in de Jupiler League. Fietsreizen naar Rome.

Water in de Schelde.

maandag 25 augustus 2008

Wind en rook

"Welke rol is er nog weggelegd voor godbetert een rockjournalist?" vraagt blogger en Goddeau-muziekrecensent Alexander zich af in een van zijn recente postjes. "De recensie is iets ouderwets. De romantiek is eraf. Iedereen kan zelf alles ontdekken op het internet" Ik geef hem een béétje gelijk: ik zou er mijn beroep niet van willen maken. Ben je 65, kan je zeggen: "ik heb mijn leven lang tekstjes geschreven over cd's." Neen, dank u.


Maar in mijn vrije tijd waan ook ik me nu en dan graag even Serge Simonart. En schrijf ik recensies over nieuwe platen van Pete Molinari (Brit met een wat ziekelijke obsessie voor de sixties), The Verve (die meer verplicht zijn aan hun status dan hun wisselvallige nieuwe plaat) en Lieven Tavernier ('Wind en rook' is de beste Nederlandstalige plaat die ik in jaren gehoord heb - jammer dat ze wat doodgezwegen wordt op de nationale radio).

Weliswaar valt alles eenvoudig te ontdekken op myspace en co tegenwoordig, maar dat doen de meeste mensen nog altijd pas wanneer ze iets lovends gelezen of gehoord hebben over een band, wanneer een vriend hen een plaat aanraadt of wanneer een recensent een cd de hemel in schrijft. Het internet is immers een wildernis geworden waarin niemand nog 100 % z'n weg vindt.

Platenmaatschappijen doen dan ook hun best om op het internet zoveel mogelijk wegwijzertjes aan te brengen (gewone reclame maar ook blogmarketing, hypes lanceren op Youtube, soms zelfs fake reviews) die de consument richting hun product sturen. Good old muziekrecensenten vormen een noodzakelijk tegengewicht die nog echte en geloofwaardige kwaliteitslabels kunnen toekennen aan een plaat en de muziekliefhebber laten kennismaken met goede muziek die het zónder marketingondersteuning moet stellen.

Als het gaat over het ontdekken van nieuw talent en het doorprikken van hypes spelen jouw stukjes dus zeker nog een rol, beste Alexander, een rol die zelfs aan belang wint volgens mij. Geen internetbrowser zal ooit het persoonlijke oordeel van een echte muziekliefhebber -geen marketeer- kunnen vervangen. Ja, misschien is het wel de taak van de recensent de marketingrook om de hoofden van de consument weg te blazen.

Al is dat laatste dan weer wat té veel wind.

vrijdag 18 juli 2008

Hallelujah

Even boudweg beginnen met een eenvoudige mededeling zonder verdere maatschappelijke relevantie: Punkers favoriete plaat aller tijden is 'Various Positions' van Leonard Cohen (teksten, muziek, stem: de perfecte plaat voor mij) - en dat van lang vóór John Cale en Jeff Buckley aan cherry picking deden en succes oogstten met hun eigen versie van 'Hallelujah'. Ook 'Songs from a room' en 'Death of a ladies' man' van diezelfde Canadese bard staan in zijn top 10 aller tijden. Cohen zingt over de liefde op de enige draaglijke manier (zie ook Morrissey), diep gemeend maar toch ook een beetje om te lachen.


Blij als een kind was ik dan ook, toen ik woensdagavond hoorde dat Leonard Cohen op 20 oktober naar Vorst Nationaal komt. Zijn optreden in Brugge heb ik immers moeten missen omwille van een geplande vakantie die uiteindelijk toch niet doorgegaan is. Ik zat dus thuis naar een fletse film op vt4 of zo te kijken toen Leonard Cohen een prachtconcert gaf in het Minnewaterpark in Brugge. Klote.

Maar het leven heeft me dus een herkansing geboden en die heb ik gegrepen. Donderdagochtend om 9 uur meteen mijn kaartjes besteld via het internet. Vandaag lees ik al in de krant dat het concert direct uitverkocht was en dat er nog een extra concert komt van de Leo van de sixties (want een ladies' man was hij wel naar het schijnt).

Voor de enkeling die zich zou afvragen wie die Leonard Cohen is: klik hier voor een concertfragmentje. Van 20 jaar terug evenwel, maar da's waarschijnljk omdat zijn fans (het merendeel woont ondertussen in een villa op het platteland, de kinderen zijn al een tijdje het huis uit en er kan al eens gewereldreisd worden) niet echt handig zijn in het clandestien opnemen van concerten.

Het voorprogramma werd in Brugge verzorgd door Martha Wainwright (Cohen is nogal dik met de Wainwrights), die hier een prachtversie van Cohens The Traitor brengt. Van mij mag ze opnieuw meekomen op 20 oktober. Dit wordt trouwens het eerste concert dat ik zal bezoeken waarvoor ik meer dan 25 euro neertel. Voor Leonard Cohen zet ik graag mijn principes ('concerten van meer dan 25 euro zijn geldklopperij') even opzij.

Al zou ik het ook op de inflatie kunnen steken natuurlijk.

vrijdag 11 juli 2008

Haal ze maar allemaal uit

"Haal ze maar allemaal uit hoor, je hebt er nog zitten!", ordonneert de uitbaatster van het pannekoekenhuis de oude man, op zoek naar nog wat rosse eurootjes in zijn portemonnee. Ik bevind mij samen met mijn wederhelft in Damme, het tavernedorp ten noordoosten van Brugge waar we tijdens een regenbui die ons fietstochtje met de onontkoombaarheid van de elementen confronteert onze toevlucht gezocht hebben bij een van de plaatselijke neringdoeners.

Volgende keer dus maar Taverne Ter Kloeffe (wat is er in een naam?) vermijden, hun invulling van het begrip West-Vlaamse Hartelijkheid ligt net iets te ver van de mijne. Zestigplussers die pannenkoeken eten hoeven niet als kleuters aangesproken te worden, ook al zijn die pannenkoeken dan nog zo lekker en blijven de oudjes wel komen.



Drie dagen later zitten we op het zomerterras van Taverne Silversand op de dijk in Blankenberge, waar we een pannenkoek annex reuzewafel verorberden. De lekkere wafels van Silversand zijn - behalve een scoutskamp ooit- het enige wat me naar Klein-Antwerpen-aan-de-Noordzee weet te drijven. De regen hield bovendien die nooit aflatende dijkwandelaars binnen zodat ik vanop ons terrasje bovenstaande stemmige foto kon maken van Stranduitbaterij Jerome.

Maar hola wacht even... Punkerke die zich bezighoudt met het recenseren van de West-Vlaamse tavernes in plaats van zijn giga zaklamp te laten schijnen over de optredens van Leonard Cohen en Neil Young? Hoeveel onpunker kan het nog?

Wel, bijvoorbeeld door meteen daarna in Oostende het PMMK te bezoeken waar een mooie tijdelijke tentoonstelling loopt over het werk van Georges Van Tongerloo. Door erbij te vertellen dat de zon straalde als op een stralende septemberdag (we moeten daar bescheiden in blijven) toen we daar buitenkwamen. Dat ik daarna aan de vistrap acht wullocks uit een bakje gegeten heb. En dat ik daarna met mijn lief naar het einde van de pier en terug gewandeld ben (foto hierboven: de dijk van Oostende vanop de pier van Oostende) en dat ik het héérlijk vond.

Toen we terugkeerden naar het station waren we nog ongewild getuige van een fotosessie met het tv-koppel Pieter en Ghislaine voor hun Red Pepper-restaurant - jammer genoeg heb ik verzuimd een foto te nemen van de fotosessie om het gossipgehalte van mijn blog wat op te krikken. Aangezien ik de Red Pepper nog eerder in mijn achterste zou steken dan dat ik er zou gaan eten, heb ik mijn rosse frankjes dan maar aan die opdringerige zeemeeuwen gevoederd die het op mijn bakje friet gemunt hadden. Ik had er nog, en ik heb ze allemaal uitgehaald.

Een weekje België-oude-stijl in de regen: ook zonder Leonard Cohen een beetje avalanche.

zondag 22 juni 2008

Oranje, verman je

Het Bunkerke hield zijn schietgaten nogal vaak gesloten de laatste tijd -op enkele mijmeringen over bushokjes en treinstellen na- en daar waren goede redenen voor zoals daar zijn de aankoop van een eigen stukje onroerend goed, drie wijsheidstanden en een wijsheidstandswortel die eruit moesten, cd's van Bobbejaan en Tony Joe White die gerecenseerd moesten worden, grappige stukjes zoals dat van Alexander over het EK Voetbal op VT4 die gelezen moesten worden en natuurlijk ook dat EK Voetbal zelf dat een welkom excuus vormde om 's avonds gewoon in mijn zetel te blijven zitten.

Verbijsterend toch, die Oranje-gekte telkens weer. 100.000 Nederlanders met kaasbollen op hun kop (de mannen) en oranje gelakte teennagels (de vrouwen) die -een hoempapa met vervaldatum november 1978 dansend en vrolijk bierblikjes in het rond strooiend naar de verbouwereerde locals- door het centrum van Basel naar het voetbalstadion (of een nabijgeplaatst reuzescherm) trekken om vervolgens plompverloren toe te kijken hoe hun team de mantel uitgeveegd wordt door die dekselse Russen onder leiding van die ongelooflijke Arschavin.

Ik keek ernaar met een mengeling van afgunst (prachtig, die vrolijke en ongeremde vaderlandsliefde) en afschuw (laat ons eerlijk wezen, al dat oranje dient toch maar om een gigantische en hersenloze braspartij wat kleur en reden mee te geven), maar vond het toch jammer dat de Nederlanders nu al op de toekomstige winnaars van het tornooi moesten stoten. Het wat voorspelbare leedvermaak in ons grij(n)zende Vlaanderen vond ik dan ook onnodig - ze zijn braaf geweest en hebben gewoon hard hun best gedaan, onze Noorderburen. Oranje, verman je, zodat het ook voor ons weer leuk wordt de volgende keer dat jullie uitgeschakeld worden.

Gelukkig heeft voetbalgerechtigheid niet alleen beslist dat het oranje legioen naar huis toe moet, maar ook dat die gierige, inhouderige, gluiperige, afwachtende, veinzende, hun meters en calorieën op een weegschaaltje natellende Italianen eruit liggen. Nog nooit zo genoten van een voetbaltornooi zonder de Belgen als van dit (of het zou het Paastornooi van de Rickvrienden 2007 geweest moeten zijn).

dinsdag 15 april 2008

Chevreuil saignant

Waar is de tijd dat wij, mannen, ons toch nog gedurende de losse drie minuten die de meeste onnozele liedjes duren het sterke geslacht konden wanen? Toen de indertijd alom geprezen Eagles ongestraft mochten zingen 'Oooh witchy woman, see how high she flies' en er nog een hit mee scoorden ook. Toen Jack Jones met zoetgevooisde stem zijn vrouw mocht afdreigen (zie hierover dit leuke stukje van Ishku, waaraan ik het idee voor dit postje te danken heb). Toen dames het een eer vonden wanneer The lady is a tramp aan hen opgedragen werd. Toen Urbanus algemene bijval oogstte met een wijsje waarmee hij snotapen als mij opriep om de vrouwen te ambeteren (een ooit bloeiend genre dat tegenwoordig jammer genoeg volledig aan carnavalszangers overgelaten wordt).



Neen, die tijden lijken nu echt wel voorgoed voorbij. Waar vroeger de 'vrrrrouwkes' op Missverkiezingen allerhande paradeerden voor het vleeskeurende mansvolk, zijn het nu de Phaedra's zelf die de wet stellen en de proper afgestofte en gebrillianteerde ideale-schoonzoons-in-spe één voor één naar huis sturen - de laatste hield ze voor de fun nog een aflevering of 2 aan het lijntje. Echte mannelijkheid wordt enkel nog gedoogd in de koers (waar kampioenen hun broek volschijten en met bruin gevolg zegevierend de meet bereiken, waarna wij collectief van dankbaarheid onze tv beginnen te kussen) of wanneer het zodanig om te lachen is dat het weer kan. Maar een vrouwelijke collega op het werk complimenteren met een mooie nieuwe garderobe wordt net niet als seksuele aanranding beschouwd ('t is het papierwerk niet waard en ja, het is inderdaad een mooi kleedje). Lonken is not done sedert de nieuwe zakelijkheid. En pissen tegen een boom heet nu 'wildplassen'.

Het klinkt als geweeklaag, maar eigenlijk vind ik het best wel prima zo. Al dat machismo vroeger, dat was uiteindelijk toch maar een vermoeiend boeltje. Wie even vergat om de paar minuten ginnegappend iets schuins over het andere geslacht te debiteren riskeerde tot het eind zijner dagen als mietje door het leven te gaan. Wie er in de plaatselijke gelagzaal niet in slaagde op eenvoudig commando minstens 5 domme blondjes-moppen op 10 seconden af te vuren werd stiekem door zijn kroegmaten ingeschreven voor 'De Heren maken de man'. Wie de pech had keurig opgevoed te zijn en bijgevolg enkele elementaire beleefdheidsvormen probeerde te respecteren, wás eigenlijk geen echte man.

Neen, dan liever de verwijfde metrojaren 2000. Er houdt al eens een vrouw de deur voor mij open (ik laat mij daarin vrijelijk vernederen). 'Ik moet pissen' is tegenwoordig ook voor een man een geldig excuus om ergens iets te gaan drinken. De complimentjesstress is verdwenen. Op het werk moet ik de opdringerige collegiennes van mijn lijf slaan. En wildplassen gaat enkel nog nadat ik chevreuil saignant met een overvloed aan marinade genuttigd heb.

Positief denken, het wérkt!

vrijdag 11 april 2008

Briefje van Chantal

Ik moet daar rechtdoor en eerlijk in zijn: de sitemeter liegt er niet om. Het lezerspubliek van het Bunkerke is voorlopig vrij select. (Bij deze: dag Freaq, dag Roeland, dag broer, dag Jatarara, dag Linn, dag andere slimme, intelligente en mooie mensen). En het lijkt er wel op dat het Bunkerke na zowat een maand zijn hoogtepunt al achter de rug heeft. Dimarso zou nu een peiling moeten doen, het zou er niet goed uitzien.

Wij, worpelingen van het Kortemarkse kwaliteitsonderwijs, weten echter wel beter: het is de kwaliteit die telt. Behalve voornoemde zwaargewichten en behalve jij daar, lieve lezer, heeft namelijk ook niemand minder dan Chantal Pattyn mijn blog gelezen. (Wie zich afvraagt wie Chantal Pattyn dan wel mag wezen, klikt hier voor mijn vorige postje over deze Grote Dame. En wie mijn vorige postje gelezen heeft, weet dat Chantal Pattyn mij niet onberoerd liet zo'n 15-tal jaar geleden en dat mijn bewondering helemaal beaat werd toen ik rond diezelfde periode van haar een handgeschreven briefje kreeg)

En de geschiedenis herhaalt zich, weze het in andere kleuren en vormen. Niet in steen gebeiteld, op perkament geschilderd of in sierlijke letters op Studio Brussel-briefpapier gekribbeld maar via de elektronische snelweg keerde zij terug in mijn leven:

Dag Daan,

Update was so much fun. Maar klara is dat ook. Ken je neve, mixtuur en laika al? Eens proberen. Great music, brilliant voices.

Groet
Chantal

Een persoonlijke oproep om de programmatie van Klara - dé Vlaamse cultuurzender - eens een kans te bieden. Van Chantal Pattyn - hét nethoofd van dé Vlaamse cultuurzender - zelf. Die mijn blog - dé blog van mij die ondertussen al bezocht werd door hét nethoofd van dé Vlaamse cultuurzender - gelezen heeft. De Oostakkerse Gedichten van Hugo Claus komen hier orakelgewijs spontaan uit mijn spraakorgaan gekoprold, zo Cultureel-Met-Grote-C voel ik - een eenvoudig Punkerke van het West-Vlaamse platteland - mij plotseling.

Om mijn verhaaltjes te promoten door commentvormige kakjes achter te laten onder stukjes van andere mensen ben ik veel te lui, en bovendien is het nijpende besef dat het leven al te kort is om succes na te jagen al iets te urgent in mijn 31-jarige botten aanwezig. Niet langer maal ik dus om al die onwetenden ginder buiten die mijn internetdagboekje zomaar voorbijsurfen. Met hernieuwde moed bouwt Punker verder aan zijn glasvezelbunker. Speciaal voor zichzelf, RG, FJ, MW, JG, 78.23.23.# en alle andere bezoekers van het Bunkerke. En vanaf nu ook speciaal voor Chantal.

vrijdag 4 april 2008

Allemaal Sammy

Er viel weer wat af te lachen op radio en televisie de afgelopen week. Niet alleen op 1 april (zie mijn vorige postje), maar ook op woensdagavond op VT4 bij FC Nerds. 'Geen uitlachtelevisie', zo bezweerden de makers ons vooraf, maar anderzijds werd - ten behoeve van wie uit zichzelf geen leukigheid weet te verzinnen wanneer Sammy een volgende keer zijn kansen waagt op de lokale KLJ-fuif - subtielweg dit liedje van Ramses Shaffy gemonteerd onder het fragment waarin hij er maar niet in slaagt de bal te drijven en ondertussen de rest van het speelveld te overschouwen. 'Kijk omhoog Sammy', jawel.

Al doen we hiermee natuurlijk het educatieve element van dit programma onrecht aan. Wie zich ooit al eens afgevraagd heeft hoe zestien sportanalfabeten zonder noemenswaardig overschot aan fysiek uithoudingsvermogen het zouden doen op een voetbalveld (en wie heeft zich dit niet al eens afgevraagd? - moeha) kan uit dit programma immers lering trekken voor een scriptie dienaangaande - al dreigen de conclusies weinig verrassingen te bevatten. Mijn gemoed swingt voorlopig tussen 'medelijden' en 'zelf gezocht', Sammy.

Een veel leuker idee en wél een originele format: laat een presentator los op vijf mysterieuze gasten die hij pas op het moment zelf voor het eerst ziet of leert kennen. De naam: Het programma van Wim Helsen. Vorige vrijdag zo hard gelachen dat ik Wim Helsen van opgezet spel begon te verdenken. Klopt de premisse dat hij zijn gasten vooraf niet kent wel helemaal? De betrokkenheid van regisseur Jan Eelen (zie ook: In De Gloria) voedt natuurlijk de twijfels dienaangaande. In beide gevallen (opgezet spel of niet) is het goed gedaan, dat staat vast. Had helemaal niet misstaan op Eén, overigens.

En ja, vorige week heb ik ook hard gelachen tijdens het optreden van deze groep uit Oostende met de toepasselijke doch poëtische naam Preuteleute tijdens de festiviteiten naar aanleiding van de onafhankelijkheidsverklaring van Gent. Met een voorbinddildo en bloedserieuze blik in de ogen op het ritme van een discodreun een refrein met de woorden 'dikke tettn, dikke billn, dikke lippn' op een vol Sint-Jacobsplein loslaten: het vergt enige durf en ik had nooit gedacht dat ik mijn hart nog zo zou ophalen aan dergelijk studentikoos amusement. Ongetwijfeld iets voor Het Programma Van Punkerke.

De ijzersterke tekst kan overigens nog van pas komen tijdens 'Kilo's op de Catwalk', het VT4-programma dat ons dit najaar zal leren hoe dames met het nodige overgewicht het ervan afbrengen op de modeloper.

En zo worden we vroeg of laat Allemaal Sammy.

donderdag 27 maart 2008

Chantal en Klara

Update was ooit een hip radioprogramma met de toen nog spring-in-het-veld (en nu nethoofd van Klara) Chantal Pattyn op wat deze week Brudio Stussel heet, update is ook het eerste woord in deze veel te lange zin, en ten slotte is update ook gewoonweg het doel van dit postje. Aangezien mijn opgestoken vingertje wat stijfheidsverschijnselen begint te vertonen na mijn twee vorige postjes, gooi ik het over een andere boeg en spring ik er fluks achteraan het ruime sop van de autobiografische blogwereld in.



Vorig weekend op familieweekend geweest ter ere van de 60ste verjaardag van mijn vader. In Frans-Vlaanderen. Storm op zaterdag en regen en sneeuw op zondag, maar wie denkt dat we daarom maar gezellig rond de open haard van de plaatselijke gîte blijven zitten vergist zich in onze familie: gewandeld hebben we! Door de extreme weersomstandigheden werden onze uitstapjes veeleer expedities dan wandeltochten, maar achteraf deed het haardvuur des te meer deugd - wie ook in de scouts gezeten heeft kent het gevoel vast. Het leuke was dat de Cap Blanc Nez echt helemaal blanc werd toen we terugkeerden van onze uitgeregende zondagwandeling en het plots begon te sneeuwen boven de Noord-Franse kust. Mooi!

Minder heroïsch maar toch ook een bescheiden mijlpaal in mijn persoonlijk leven: De keukenkastdeur is hersteld. Mijn lief had de hoop al opgegeven, maar gisteren ben ik naar de Hubo geweest om scharnieren en vandaag heb ik die eraan gehangen. Hij hangt helemaal recht en gaat netjes open en dicht zoals een echte kastdeur. Ik kan het zelf nog altijd niet goed geloven en om er zoveel mogelijk van te genieten ga ik soms in de kast op zoek naar zaken waarvan ik weet dat ik ze daar niet zal vinden. Een welkome boost voor mijn klusjesmannelijkheid na het mislukte project 'toiletvlotter vervangen'.

Vrije dagen betekent tijd om nog eens een recensie te schrijven (Billy Bragg) en om wat te lezen. Eindelijk 'The innocent' van Harlan Coben uit. Verslindhoofdstukken die je telkens nieuwsgierig maken naar hoe het verhaal verder gaat, maar ook niet meer dan dat. In het begin was ik heel benieuwd hoe het zou aflopen, maar toen het afgelopen was, was ik toch blij dat het uit was. Enfin, zoals Hugo Claus zich nu hopelijk voelt dus. Verder ben ik naar slechte gewoonte weer in drie boeken tegelijkertijd bezig: 'In Europa' van Geert Mak, 'Langs schrijverszijde' van Erik Vlaminck en 'After dark' van Haruki Marukami. Vooral de eerste twee weten mij te boeien en zijn absolute aanraders wat mij betreft - reden waarom ik het derde boek eerst ga uitlezen. Daar zit een logica achter, maar die schiet mij even te buiten.

Oh ja, het fotootje is dus van Chantal Pattyn. Update, remember. Ze is niet zo knap als mijn lief, maar ze mag er ook wel wezen. En vooral: ze heeft mij ooit een persoonlijk briefje geschreven - dit als antwoord op een vraag van mij over een liedje dat ik gehoord had op Update ("er zat iets in met 'got to lose' en het was met veel gitaren - kan u mij de naam van de groep en de titel bezorgen?', dat soort vraag). Het bleek Samiam geweest te zijn met 'Someone's got to lose' - of hoe een mens de meest nutteloze zaken toch weet te onthouden (iemand nog iets van Samiam gehoord?) maar ondertussen vergeet zijn keukenkastdeur te herstellen.

Dat briefje was van voor het internettijdperk dus niks geen e-mail of sms: het opende met een sierlijk handgeschreven 'Dag Daan' en er stond in grote letters 'Chantal' onderaan. Indertijd was die Chantal zo'n beetje het tieneridool van alternatief Vlaanderen (vergelijk met Saskia De Coster nu - maar veel hipper) en sedert ze zich in handschrift tot mij richtte kan ze voor mij niets meer verkeerd doen. Mijn maten met lang haar die nog niet wisten dat Klara het nieuwe Radio 3 was, dachten dat Chantal zich tot de damesliefde bekeerd had toen ze hoorden dat Chantal Studio Brussel verliet voor Klara. Zélfs dat hadden mijn puberhormonen haar vergeven. Dat soort respect dus geniet Chantal Pattyn bij mij.

Ik zou nog minuten kunnen verdergaan over Chantal, maar de drie boeken op het tafeltje hiernaast beginnen vervaarlijk veronachtzaamd met hun bladwijzer te flapperen dus om interieurschade te voorkomen moet ik snel even wat letteren tot mij nemen. Chantal is nethoofd bij een cultuurzender, zij zou het zo gewild hebben!

En Klara ook.

maandag 17 maart 2008

Herona's Rock Rally

Ik was 16 toen ik mijn eerste gitaarakkoord speelde. Ik was 17 toen ik mijn eerste liedje componeerde. Ik was nog altijd 17 toen ik voor het eerst op de planken stond in CC De Brouckère in Torhout. Weliswaar als tussendoortje op de 'wereldrecordpoging dj'en van dj Erik Deswart van Radio Herona'. Hij strandde op een goeie 18 uur van het record als ik me het goed herinner - meteen zijn laatste chance at greatness want zes maanden later was het gedaan met Radio Herona. Er waren 10 mensen in de zaal (waaronder mijn moeder en mijn jongste broertje), maar passons, het staat toch maar mooi op het palmares van 'Desperate Lovers' (onze groepsnaam van toen was niet van ironie gespeend maar toch behoorlijk treffend). Toen we een half jaartje later nog eens in die Brouckère stonden met zo'n 50 mensen in de zaal en al wat meer bijval -weliswaar op een vrij podium met nog 5 andere groepen - vonden wij onszelf al heel wat. De foto's hangen ter vermaak van mezelf nog altijd op veilige afstand van toevallige passanten te blinken in mijn rommelkot.Maar zucht o zucht - nu worden wij in retrospect geheel belachelijk gemaakt en in ons aftandse Neil Young-tshirt gezet door een stel jonge honden dat besloten heeft in hun vrije tijd eventjes als hobby de Vlaamse rock 'n' roll-hemel te bestormen. Dat het zelden dertigers en veertigers zijn die Humo's Rock Rally kleur geven, ligt voor de hand. Die hebben het namelijk te druk met hun carrière, hun gezin, hun internetblog of - nog minder rock 'n' roll dan de drie voorgaande opties - hun wat overjaarse punkband waarmee ze in het weekend de Vlaamse kermissen en feesttenten afschuimen. Maar na deze editie van de Rock Rally moet half ex-rockend en ex-songwritend Vlaanderen met dezelfde vraag worstelen als mij: Waar hebben wij ons al die tijd mee beziggehouden? Hoe vruchteloos en tot een vroegtijdig einde ergens achteraan onze universitaire aanmoddercarrière waren onze pogingen tot muzikaal heldendom wel niet? De winnaars van de Rock Rally 2008 zijn immers gemiddeld 15 jaar oud, maar ze rocken alsof ze al 10 jaar op de planken staan: Steak n8. Dat zit nog in het vierde middelbaar zijn examen godsdienst voor te bereiden en dat speelt al de AB plat. In de vaart der volkeren die de geschiedenis van de mensheid is maakt iedere nieuwe generatie de vorige belachelijk, dat weet iedereen, maar toch is het vreemd wanneer een paar snotapen je plots doen beseffen dat je definitief tot de vorige behoort. Vader, moeder, opa, oma, nonkel Theo, tante Lieve en nonkel Michiel, nu weet ik hoe jullie je al enkele decennia lang moeten voelen!

Steak n8 is wat mij betreft echter niet de grootste revelatie, die eer valt te beurt aan de 15-jarige Jasper Erkens uit Diest. Gitaarspel, présence, songs, stem, bezieling: alles klópt. Oké, de teksten lijken hier en daar wat melig, maar eigenlijk is een liedje als 'Angel on my shoulder' gewoon puur, onschuldig en heel mooi. De opvolger van Luka Bloom hoeft echt geen Ier te zijn.
Dat zijn haardos een beetje op die van Leo Sayer lijkt is overigens alleen maar een pluspunt, want (hier volgt een bekentenis) ik ben heimelijk altijd een fan geweest van Leo. Laten we hopen dat platenfirma's en aanverwanten deze jongen met zorg behandelen.

Ik heb hier overigens nog een heleboel onafgewerkte liedjes van vroeger liggen, Jasper. Zal ik ze je eens doorsturen, morgen, na je examen aardrijkskunde? Ah, dan heb je een interview met de Rolling Stone. Niet erg, een andere keer dan maar...